Jaarverslag
Stichting Sjaki-Tari-Us
Jaarverslag 2006 -2007
Niet minder, maar anders begaafd!
|
Inhoudsopgave Voorwoord Hoofdstuk 1: Bestuursverslag Hoofdstuk2: Werkzaamheden Hoofdstuk 3: Vrijwilligers, medewerkers en stagiaires Hoofdstuk 4: Financiën Hoofdstuk 5: Dankbetuiging Hoofdstuk 6: Nawoord Hoofdstuk 7: Toekomst Bijlagen: 1. Visie en missie 2. Bevindingen stand van zaken Bali augustus 2007 3. Achtergrond en werkzaamheden vrijwilligers |
Voorwoord
“Als je zorgdraagt voor de middelen, zorgt het doel wel voor zichzelf.”
Mahatma Ghandi
Hierbij presenteren wij u het jaarverslag, periode 10 september 2006 tot en met 4 september 2007.
Wij willen tussentijds verslag doen van de activiteiten van de stichting. Een financiële verantwoording afleggen naar iedereen, die niet alleen geld gedoneerd heeft, maar zich ook ingezet heeft om de projecten in Indonesië en vooral op het eiland Bali te doen slagen.
Wij hopen u naar goed vermogen voldoende te informeren. Wij hebben het verslag met uiterste zorg samengesteld, maar mochten bepaalde aspecten onduidelijk zijn of heeft u aanbevelingen voor het volgende jaarverslag, dan kunt u direct met ons in contact treden.
Het jaarverslag wordt per mail verzonden en zal ook op onze website te lezen zijn.
Namens het bestuur van Stichting Sjaki-Tari-Us,
Thijs van Harte
Ellen Vermeulen
Karin Leithuijser
Delft, 1 oktober 2007
Hoofdstuk 1:
Bestuursverslag
Inleiding
In de maand mei 2005 zijn bij de initiatiefnemers Thijs van Harte, Ronald van den Heuvel, Marijke Lingsma en Karin Leithuijser plannen ontstaan om “iets” te gaan doen voor kinderen met een verstandelijke beperking in Indonesië.
Dit is mede ingegeven door een tweetal gegevens, namelijk Karin en Thijs hebben een dochtertje Tari met het Downsyndroom en het feit, dat zij in het moederland van Thijs niet of nauwelijks kinderen met een verstandelijke beperking zagen.
Om niet zomaar een stichting op te richten hebben zij, zowel in Nederland als in Indonesië en vooral op het eiland Bali, een aantal onderzoeken gedaan met als uitkomst, dat er wel degelijk kinderen met een verstandelijke beperking zijn en ook dat er behoefte bestaat aan deskundigheidsbevordering bij ouders en onderwijzend personeel daar.
Dit wetende zijn in de tweede helft van dat jaar met hulp van velen de contouren ontstaan tot het oprichten van een stichting.
De naam Sjaki-Tari-Us werd vrijwel direct met algemene stemmen aangenomen:
- Sjaki: verwijzend naar de overleden tweelingbroer van Thijs en de echtgenoot van Marijke.
- Tari: het dochtertje met een verstandelijke beperking van Karin en Thijs.
- Us: verwijzend naar iedereen, waar en wie dan ook, die de doelstelling van de stichting een warm hart toedraagt en daadwerkelijk de helpende hand toesteekt.
Algemeen
Op 22 januari 2006 heeft er naar aanleiding van onze voorgaande onderzoeken een bijeenkomst plaatsgevonden, waarbij ongeveer 70 personen hun hulp, zowel financieel als organisatorisch hebben toegezegd. In feite heeft op deze dag de informele oprichting van Stichting Sjaki-Tari-Us plaatsgevonden.
Door financiële ondersteuning van o.a. Stichting Stella Mundi, School voor Coaching, Hart4Art.nl, Kunststek.nl, enkele privé-donaties en een bijdrage van Karin en Thijs, is de stichting vanaf 22 januari 2006 van start gegaan.
Kort daarna is het prachtige logo van de stichting ontworpen door Hans Scheepmaker.
Een bevriende notaris heeft de stichting notarieel vastgelegd. Op 10 september 2006 is Stichting Sjaki-Tari-Us officieel opgericht. De belastingdienst heeft onze stichting tegen het licht gehouden en is akkoord gegaan met de doelstelling en activiteiten van de stichting, waardoor er geen belasting afgedragen hoeft te worden van de inkomsten die wij binnen krijgen (Algemeen Nut Beogende Instelling, ANBI). Elke euro kan daarom volledig aan de stichting besteedt worden.
Millenniumdoelen
In het jaar 2000 hebben regeringsleiders van 189 landen afgesproken om vóór 2015 de belangrijkste wereldproblemen aan te pakken. Er zijn 8 concrete doelstellingen vastgelegd: de millenniumdoelen.
Dit zijn ze in het kort:
- De armoede halveren en minder mensen honger.
- Elk kind naar school Mannen en vrouwen gelijkwaardig.
- Minder kindersterfte.
- Verbetering van de gezondheid van moeders.
- Bestrijding van hiv/aids, malaria en andere dodelijke ziektes.
- Bescherming van het milieu, iedereen schoon drinkwater en minder mensen in sloppenwijken.
- Toegang tot betaalbare medicijnen, een eerlijk handelssysteem, minder schulden voor ontwikkelingslanden.
Gezien de werkzaamheden van Stichting Sjaki-Tari-Us op Bali, is het duidelijk dat de stichting een aanzet heeft gegeven om ook kinderen met een verstandelijke beperking naar school te laten gaan.
Daarnaast worden de Balinese medewerkers in dienst van de stichting, veelal geselecteerd vanuit een werkloze situatie.
Stichting Sjaki-Tari-Us voldoet minimaal aan twee millenniumdoelen.
De gelijkwaardigheid, de waardigheid en de integratie van het kind met een verstandelijke beperking staat bij Stichting Sjaki-Tari-Us voorop.
Doelstelling Stichting Sjaki-Tari-Us
Stichting Sjaki-Tari-Us stelt zich ten doel om, in landen waar dit nodig is, kinderen met een verstandelijke beperking te ondersteunen in hun ontwikkeling en deelname aan de samenleving onder het motto:
Niet minder, maar anders begaafd!
We doen dit door Nederlandse middelen en deskundigheid te mobiliseren en beschikbaar te stellen aan ouders, begeleiders, leerkrachten en artsen van de kinderen daar. Op een dusdanige manier dat zij het op termijn zelf kunnen toepassen en overdragen en de kwaliteit van de begeleiding en het onderwijs aan deze kinderen structureel is toegenomen.
Het is niet de bedoeling om de Nederlandse situatie te kopiëren, maar samen te werken met de mensen daar en aan te sluiten bij hun cultuur en manier van werken.
Zie bijlage 1 (visie en missie), voor een uitgebreide toelichting op bovenstaande doelstelling.
| Karin, Thijs, Caia en Tari zijn naar Bali op vakantie geweest. Karin en Tari deden samen mee met de groep. Heerlijk om de kinderen samen te zien, heel gewoon. De ouders die hun ogen uitkeken naar Tari en ons vervolgens vroegen: Heeft Tari óók het Downsyndroom?? en "Kan mijn kind dan ook zo worden? |
Bestuur
Gezien de enorme hoeveelheid werk van o.a. fondswerving, aansturing projecten op Bali, het werven van vrijwilligers tot het onderhouden van de website, hebben wij er voor gekozen om binnen de structuur van Stichting Sjaki-Tari-Us te werken met een Dagelijks uitvoerend bestuur en een Algemeen bestuur.
Het Dagelijkse uitvoerend bestuur komt wekelijks bij elkaar, terwijl het Algemeen bestuur formeel twee maal per jaar bij elkaar komt.
De leden van het Algemeen bestuur dragen allen bij door Stichting Sjaki-Tari-Us stelselmatig te promoten en hun netwerken waar mogelijk te benutten t.a.v. inhoudelijke ondersteuning en/of fondswerving.
De bestuursleden onderhouden via mail en telefoon herhaaldelijk contact met elkaar.
Het Dagelijks uitvoerend bestuur wordt gevormd door:
Thijs van Harte voorzitter en oprichter
Ellen Vermeulen secretaris
Joan van Enst penningmeester
Karin Leithuijser oprichtster (vanwege familiebanden geen officieel lid van het bestuur)
Het Algemeen bestuur (samen met het Dagelijks uitvoerend bestuur) gevormd door:
Marijke Lingsma oprichtster
Hans Scheepmaker
Jeroen de Haas
Thom Rijpstra
Joan van Enst is met ingang van 1 september 2007 penningmeester van Stichting Sjaki-Tari-Us. Zij zal hierbij administratief ondersteund worden door haar broer René van Enst.
Stichting Sjaki-Tari-Us is een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI).
KvK : Haaglanden 27291997
Gironummer : 4845594
Belastingnummer ANBI: 8170.28.183
Contact:
Thijs van Harte
van Speykstraat 12
2628 RG Delft
Email : info@sjakitarius.nl
Mobiel : 06-12915745
www.sjakitarius.nl
Hoofdstuk 2:
Werkzaamheden
In ons oprichtingsjaar hebben wij veel initiatieven genomen: van organisatie- en inhoudelijke ontwikkeling, tot fondswerving en publiciteit.
Organisatie- en inhoudelijke ontwikkeling
Het bestuur is samengesteld.
Statuten van de stichting zijn opgesteld in samenwerking met Emy van Benschop en notaris Frank Roos van notariskantoor Simmons & Simmons te Rotterdam.
De stichting heeft een prachtige website laten ontwerpen. De bouw en het doorvoeren van wijzigingen liggen in handen van André van den Heuvel.
Er hebben zich meerdere vrijwilligers aangemeld bij de stichting, gekwalificeerd en met ervaring in het werken met kinderen met een verstandelijke beperking.
Karin Leithuijser, verantwoordelijk voor de inhoudelijke invulling van de doelstelling, heeft samen met Ellen Vermeulen en Thijs van Harte, in het afgelopen jaar diverse stukken geschreven: zowel m.b.t. beleid en praktisch toepasbare stukken, als evaluatieverslagen van bevindingen op Bali. Zie hiervoor o.a. bijlage 1 en 2 (overige stukken zijn op verzoek in te zien).
Partnerorganisaties op Bali
We zijn in eerste instantie contacten en samenwerking aangegaan met een drietal stichtingen (“yayasan”) op Bali. Te weten:
- Yayasan Dharma Usada te Ubud (de kliniek van de vooraanstaande familie Sukawati)
- Yayasan Sekolah 5 te Selat (de basisschool waar ons lokaal in Selat bij hoort)
- Yayasan Senang Hati in Tampaksiring (een centrum waar ondersteuning en fysiotherapie wordt gegeven aan voornamelijk lichamelijk gehandicapte mensen)
Hoewel deze contacten naar tevredenheid verlopen, hebben we besloten om met ingang van juli 2007 een officiële samenwerking met Yayasan Bidadari (bidadari = engel) aan te gaan.
Dit is enerzijds uit oogpunt van efficiency en anderzijds vanwege de intensieve en directe contacten die Yayasan Bidadari heeft met de overheid. Hierdoor is Yayasan Bidadari voor ons de juiste partnerorganisatie, waar Stichting Sjaki-Tari-Us veel profijt van kan hebben.
Yayasan Bidadari heeft als doelstelling: “The Welfare of the Children of Bali”.
Zij zijn zeer betrokken bij de ontwikkeling van onze projecten. Onze samenwerking zal binnen vijf jaar moeten leiden tot een overname van de projecten en activiteiten van Stichting Sjaki-Tari-Us door Yayasan Bidadari.
Projecten op Bali
Op basis van de uitkomsten van ons veldonderzoek, is het besluit genomen om op een tweetal locaties projecten te starten en tevens het “teach the teacher” programma een eerste aanzet te geven.
In Selat, Noord-Bali (dichtbij Lovina beach) is inmiddels op een reguliere basisschool een extra klaslokaal gebouwd. De kosten zijn volledig door Stichting Sjaki-Tari-Us betaald.
Wij zijn er trots op dat het initiatief vanuit de school heeft plaatsgevonden. Het is uniek, dat op een reguliere basisschool ook een klaslokaal voor kinderen met een verstandelijke beperking is opgezet. Integratie van alle kinderen, ongeacht hun beperkingen. Tevens heeft de bouw een aantal families een inkomen bezorgd.
Op 1 november 2006 zijn de eerste drie kinderen ingestroomd. Op dit moment, september 2007, bezoeken een tiental kinderen ons project, terwijl in de maanden achter ons een aantal kinderen zijn doorgestroomd naar vervolgonderwijs (zowel regulier als speciaal onderwijs).
In Ubud, Midden-Bali, heeft Stichting Sjaki-Tari-Us een zelfstandige ruimte van ongeveer 50m2 gehuurd, waar de activiteiten voor de kinderen plaatsvinden. Deze ruimte is in februari 2007 in gebruik genomen. Inmiddels bezoeken twintig kinderen ons project en zijn er ook hier een aantal doorgestroomd.
In deze ruimte zal ook het “teach the teachers” programma worden verzorgd, bestaande uit o.a. workshops en informatiebijeenkomsten.
Er zijn contacten gelegd met drie speciaal onderwijsscholen in Singaraja, Gianyar en Denpasar. Directie en onderwijzend personeel zijn enthousiast over de projecten en de plannen van de stichting om o.a. middels workshops aan deskundigheidsbevordering te doen.
De projecten worden niet alleen door de kinderen bezocht. Voorwaarde om de kinderen te helpen is het gegeven, dat ook de ouders of omgeving tijdens de leergroepen aanwezig moeten zijn. Ondersteuning en stimulering van kinderen met een verstandelijke beperking moet thuis dagelijks doorgaan, dus vooral door ouders en/of omgeving worden opgepakt.
| Jeroen: Bali, een soort waddeneiland, maar dan warmer" Bali, om een kort verhaal lang te maken" Balisimo" Bali, regen komt voor de zonneschijn" Bali, eerst zien dan vergeten" Bali, eerst doen, dan denken" Bali, waar een goede kopie een daalder waard is" |
Publiciteit
In het afgelopen jaar hebben wij voortvarend de publiciteit opgezocht:
- De website van Stichting Sjaki-Tari-Us die sinds voorjaar 2006 in de lucht is, werpt zijn vruchten af. Steeds meer mensen weten ons via zoekmachines op internet te vinden!
- Via Hans Scheepmaker zijn Karin, Thijs en hun kinderen Caia en Tari op 13 oktober 2006 op de televisie geweest. Zij hebben bij de Club van 100, uitgezonden door de RVU, de plannen en doelstelling van Stichting Sjaki-Tari-Us mogen vertellen. Naar aanleiding van deze uitzending (en een aantal herhalingen van het programma) zijn er bijna 75 reacties bij de stichting binnen gekomen, waarvan een groot aantal personen graag als vrijwilliger voor Stichting Sjaki-Tari-Us op Bali wilden werken (de uitzending kan nog bekeken worden via het archief op de website van de RVU/Club van 100).
- Ook via Hans Scheepmaker, hij is regisseur, is Stichting Sjaki-Tari-Us via posters in beeld gebracht bij de serie “Voetbalvrouwen”.
- Dahlia Djohan, op 16 augustus 2007 naar Bali vertrokken, heeft Ellen en Thijs voor de radio geïnterviewd. Dit programma is uitgezonden maandag 30 april door Radio Nederland Wereldomroep. Het interview is in het Indonesisch (in samenvatting) te lezen en te beluisteren (in zijn geheel) via de link: www.ranesi.nl/tema/jendelaantarbangsa/yayasan sjakitarus
- Ook heeft Radio Nederland Wereldomroep een opname gemaakt van onze projecten op Bali waar de vrijwilligers en medewerkers over hun werk geïnterviewd zijn. Het interview is in juni een aantal keren uitgezonden.
- Op Bali is het werk van Stichting Sjaki-Tari-Us niet alleen bekend gemaakt via de Wereldomroep, maar ook via een aantal krantenartikelen (o.a. in Patroli Post van 4 augustus) en zelfs een nieuwsitem op het journaal van Bali TV. Naar aanleiding van de oprichtingsceremonie van Yayasan Bidadari waarvan dit journaal verslag deed, is ook Thijs kort geïnterviewd over Stichting Sjaki-Tari-Us.
- Er is een Balinese flyer gemaakt om de stichting bekendheid te geven en informatie te verspreiden.
- We hebben 40.000 flyers laten maken waarvan we een groot aantal gericht hebben uitgedeeld (en toegelicht) tijdens de verschillende acties die we hebben ondernomen (zie fondswerving en sponsoracties).
- In het Meinummer (pagina 50) van het blad Internationale Samenwerking (IS) is een interview met Thijs van Harte gepubliceerd.
- De Westlandse Omroep Stichting (WOS) heeft op 13 juli een nieuwsitem over de stoepkrijt actie van de Herman Broerenschool in Naaldwijk uitgezonden.
- Naar aanleiding van een aantal sponsoracties heeft een aantal lokale kranten aandacht aan de stichting geschonken (o.a. met een grote foto op de voorpagina van de krant “Groot Naaldwijk” op 17 juli).
- Er zijn verwijzingen/links geplaatst op diverse websites van bedrijven en gerelateerde organisaties.
- Benoit Vanoverbeke van Studiovano, heeft tegen kostprijs een prachtige fotoreportage gemaakt van de kinderen en hun ouders op Bali. Met deze professionele foto’s zijn we in staat om onze presentaties op aansprekende wijze te ondersteunen.
- Op Bali zijn er bijna maandelijks bezoekers geweest op onze groepen om een kijkje te nemen. Van vrienden en familieleden tot mensen die via via waren geattendeerd op onze projecten.
Fondswerving
Zoals elke stichting heeft Stichting Sjaki-Tari-Us geld nodig. Wij zijn volledig afhankelijk van donaties en giften.
In het afgelopen jaar zijn Ellen Vermeulen, Karin Leithuijser en Thijs van Harte voortdurend bezig geweest om uit allerlei hoeken geld binnen te halen. Met gepaste trots mogen we wel zeggen, dat dit ons goed gelukt is. Er zijn gelden binnengehaald bij organisaties en privé personen (zie hoofdstuk 5). Daarnaast zijn er een aantal acties geweest, die veel hebben opgeleverd.
Nu we ons werk steeds beter zichtbaar kunnen maken, zullen we ons de komende maanden gericht gaan bezighouden met het werven van vaste donateurs en het aanschrijven van verscheidene fondsen.
Sponsoracties en donaties
Hieronder volgt in chronologische volgorde een korte beschrijving van hoe de stichting middels acties en donaties aan geld gekomen is.
- Nog voor de officiële oprichting via de notaris op 10 september 2006, heeft de stichting al gelden ontvangen. Door de financiële ondersteuning van Stichting Stella Mundi, School voor Coaching en een aantal privé donaties, is de stichting goed van start kunnen gaan met een beginbedrag van 8.600 euro.
- De heer Wim de Leeuw uit Leiden deed een geweldige eenmalige privé-donatie van 15.000 euro.
- Op 19 november 2006 heeft de stichting een benefietavond in Delft georganiseerd. Dit heeft 5.718 euro opgebracht. De Nationale Commissie voor internationale samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO) heeft op basis van het ingezamelde bedrag nog eens 5230 euro aan de stichting geschonken.
- Voor bovenstaande benefietavond heeft het bedrijf Chalets.nl te Delft twee gratis vakanties in de Franse Alpen geschonken die voor een mooie prijs zijn geveild t.b.v. de stichting.
- Door een bliksemsnelle actie van de familie van Bokhoven heeft Stichting de Vondelbrug een bedrag van 4.604 euro geschonken.
- Over het jaar 2007 heeft Stichting Stella Mundi wederom een bedrag ad 7.500 euro geschonken.
- In de maand mei hebben wij op de Pasar Malam Besar te Den Haag gestaan met een kleine informatieve stand. De gemeente Delft heeft toestemming verleend voor een loterij met iedere dag als hoofdprijs een schilderij uit Bali. Deze schilderijen zijn door Karin en Thijs uit hun privé collectie aan de stichting geschonken. Uiteindelijk heeft deze actie 2.600 euro opgebracht.
- De familie Vermeulen en de familie de Vaynes van Brakel Buys hebben gezamenlijk hun verjaardagen gevierd. Cadeaus in de vorm van enveloppen met inhoud werden voor Stichting Sjaki-Tari-Us bestemd. Een pracht van een verjaardagscadeau van totaal 7.691 euro.
- In juni heeft de Herman Broeren school (ZMLK onderwijs) zowel in Delft als in Naaldwijk een grote sponsoractie gehouden. In Delft (de school van Tari) hebben de kinderen meegedaan met een sponsorloop, terwijl in Naaldwijk het dorpsplein met stoepkrijt tekeningen is ingekleurd. De kinderen hebben maar liefst het geweldige bedrag van 4.946,45 euro binnen gehaald.
- Begin juli heeft basisschool Het Zonnelicht te Rijswijk een actie gehouden. Alle leerlingen hebben gesponsorde rondjes om de school hardgelopen. Zij hebben hiermee een bedrag van 1.500 euro opgehaald.
- Op 11 augustus heeft Stichting Sjaki-Tari-Us een marktkraam op de Oosterse markt te Delft bemand. Met deze actie is een bedrag van 217 euro netto opgehaald.
- Op 29 augustus hebben de Gezamenlijke Kerken te Nieuw-Loosdrecht een actie op de jaarmarkt gehouden ten behoeve van Stichting Sjaki-Tari-Us. Deze dag heeft 660 euro opgebracht.
- Het echtpaar Lenie en Hans olde Hanhof-Osten heeft een donatie gedaan voor het aanschaffen van uniforms voor de kinderen in Selat. Met de toezegging hierbij dit ook voor toekomstige kinderen te willen blijven sponsoren. Lenie’s zus en haar zwager hebben op de jaarmarkt in Olst spulletjes verkocht, opbrengst 260 euro.
- Op 28 augustus 2007 hebben wij, zeer tot onze verrassing, een donatie 5.270 ontvangen van Stichting Katholiek Onderwijs Bussum.
- Tot slot hebben wij door het jaar heen van veel personen privé-donaties mogen ontvangen.
| Marjolein: Sinds drie dagen ben ik Ibu Mario in Selat. Dus er zijn nog veel nieuwe indrukken.Maar vandaag zag ik onder ogen hoe beschaafd de kinderen hier worden opgevoed:We zaten op de grond om een boekje te lezen. Opeens staat één van de kinderen op en loopt naar de deur. Wat bleek, hij moest een windje laten en dat hoort niet in de klas, dat hoort in de deuropening Wat een scheetjes zijn die kinderen toch! |
Hoofdstuk 3:
Vrijwilligers, medewerkers en stagiaires
De uitvoering van de projecten voor de kinderen en hun ouders op Bali is geheel afhankelijk van de deskundigheid, inzet en toewijding van alle mensen die hierin een rol hebben (gehad).
Belangrijk hierbij is dat iedere vrijwilliger, Balinese medewerker of stagiaire op afstand wordt begeleid en aangestuurd door het bestuur.
Hieronder volgt een korte beschrijving en toelichting, zodat duidelijk wordt hoe we heel concreet aan onze doelstelling werken: “Nederlandse middelen en deskundigheid mobiliseren”.
Vrijwilligers
De eerste vrijwilligers zijn werkelijk als pioniers vertrokken. Er waren ideeën en plannen, er lagen contacten op Bali en er was een gesignaleerde behoefte.
Natuurlijk zijn er een aantal voorbereidende gesprekken in Nederland geweest, de voorbeelden van speelleergroepen en de basismethodieken zijn meegegeven, maar verder was het toch vooral gewoon beginnen!
Door het ondervinden van praktijkproblemen en een heleboel onvoorziene zaken waar de vrijwilligers tegenaan liepen, zijn zijzelf en het bestuur in Nederland, al werkende en met vallen en opstaan wijzer geworden. Via de telefoon en per mail, ondersteund door beleidstukken en daaruit voortvloeiende kaders en drie werkbezoeken van bestuursleden Thijs, Ellen en Karin, zijn de projecten zowel in omvang als in professionele zin intussen hard aan het groeien.
Er zijn vanaf 14 oktober 2006 tot heden drie groepen vrijwilligers op Bali werkzaam (geweest), in totaal 15 personen, elkaar hier en daar overlappend in de tijd.
Bij aanvang vroegen wij mensen met een SPW/HBO opleiding en enige relevante ervaring.
De selectieprocedure verliep steeds via CV en brief, vervolgens een individueel gesprek en tot slot kennismaken met de groep waarin de vrijwilliger zou gaan werken. Tijdens de groepsbijeenkomsten werd zoveel mogelijk de beschikbare informatie over de projecten uitgewisseld.
Naarmate de projecten op Bali zich ontwikkelden, is de lat voor vrijwilligers in Nederland ook omhoog gegaan. Vrijwilligers moeten nu aan een aantal voorwaarden voldoen:
- Beschikken over persoonlijke eigenschappen zoals creativiteit, assertiviteit en samenwerken, flexibiliteit, doorzettingsvermogen en ondernemerschap.
- Beschikken over minimaal HBO opleiding (liefst Pabo, SPH of Pedagogiek) en/of ruime relevante werkervaring (speelleergroepen of ZMLK-onderwijs), óf een andere specifieke meerwaarde in huis hebben.
- Bereid zijn om bij het ontbreken van werkervaring in speelleergroepen of ZMLK-onderwijs in de periode voor vertrek een korte stage te volgen.
- Aanvullend zijn in het team qua persoon en achtergrond.
- Bereid zijn om een beginnerscursus Indonesisch te volgen.
- Bereid zijn om op fulltime basis op Bali te werken.
- Aanwezig zijn bij ongeveer zes voorbereidende middagen in Nederland (waarin teamvorming, visie, missie en werkwijze van de stichting, de Indonesische cultuur en recente informatie uit Bali aan de orde komen).
We hebben geleerd dat deze voorwaarden noodzakelijk zijn om goed beslagen ten ijs te komen en om verder te komen op de projecten. Zelfs dan blijken het samenwerken en samenwonen in een andere cultuur, met aansturing op afstand en de onvermijdelijke communicatieproblemen nog moeilijk genoeg te zijn.
Omdat het werken op Bali veel vraagt en wij als bestuur het maximale van onze vrijwilligers verwachten en hen daar ook op willen kunnen aanspreken, bieden wij een zo goed mogelijke (financiële) ondersteuning. Wij vergoeden daarom:
- Kost en inwoning (we hebben twee huizen gehuurd en er wordt voor de vrijwilligers gekookt en schoon gemaakt).
- Een retourticket bij verblijf van zes maanden (en naar rato wanneer dit korter is).
- Een klein zakgeld voor telefoonkosten e.a. zaken.
Voor een uitgebreide beschrijving van de achtergrond en werkzaamheden van onze vrijwilligers, verwijzen we naar Bijlage 3 (Achtergrond en werkzaamheden vrijwilligers).
| Dahlia:Nooit verwacht dat coördinatorschap heel veel werk oplevert. Maar het betekent ook dat ik de deur moet laten maken, de kasten moet laten schilderen, naast natuurlijk het programma voor de kinderen maken. Daarnaast komt er nog bij dat ik de verbindende factor ben tussen de vrijwilligers en de Balinese medewerkers. Zoveel werk.. zo korte tijd. Gaat het me lukken?? Ik heb er wel vertrouwen in! |
Balinese medewerkers
Op termijn is het de bedoeling dat de werkzaamheden van de vrijwilligers overgenomen gaan worden door Balinese medewerkers. We zullen het aantal Nederlandse vrijwilligers langzaamaan gaan verminderen. Op dit moment hebben wij zes Balinese medewerkers in dienst. Zij verdienen een salaris conform de Indonesische wetgeving. Het niveau ligt ongeveer op 100 euro per maand.
Wij vinden het belangrijk om zoveel mogelijk bij te dragen aan de werkgelegenheid. Daarnaast proberen we gebruik te maken van de al aanwezige expertise op Bali.
Onze Balinese medewerkers:
- Tedy en Iluh zijn beiden leerkracht op de groepen en hebben een Pabo opleiding. Zij worden ‘on the job’ opgeleid en ingewerkt en draaien volledig mee met alle bijkomende activiteiten zoals verslaglegging, vergaderen en huisbezoeken. Zij worden hierin door de vrijwilligers begeleid. Daarnaast doen zij waar mogelijk kennis op uit beschikbare literatuur en mondeling overgedragen achtergrondkennis. Op termijn moeten zij zelfstandig werken en ook de begeleiding naar andere toekomstige docenten op zich nemen.
- Komang is de chauffeur in Selat. Hij haalt de kinderen met hun ouders op en brengt hen ook weer naar huis. Hij doet alle vertalingen en is contactpersoon naar de overheid en netwerk.
- Gede is chauffeur in Ubud, tolk en contactpersoon naar overheid en netwerk.
- Iluh en Rita koken, doen de schoonmaak en zorgen voor de was.
We zijn op zoek naar twee nieuwe medewerkers om tot een uitbreiding van de onderwijzende Balinese medewerkers te komen.
Stagiaires
Aangezien de stichting veel aan educatie doet en veel kennis over kinderen met een verstandelijke beperking wil overdragen, heeft zij ook de verantwoording op zich genomen voor het begeleiden van stagiaires in het buitenland. De studenten moeten wel een studie doen die raakvlakken heeft met verstandelijk beperkte kinderen. Stagiaires bekostigen zelf hun reis- en verblijfkosten.
Op 9 december 2007 gaan drie studentes van de Fontys Hogeschool uit Sittard een stage volgen bij Stichting Sjaki-Tari-Us op Bali. Lieve de Roon, Ingrid Roche en Marieke Nijland volgen alledrie de opleiding Speciaal Bewegingsonderwijs en zijn specifiek opgeleid m.b.t. kinderen met beperkingen. Wij zijn vooral blij met hen, omdat zij heel veel weten van de fijne en grove motoriek van het kind.
Hoofdstuk 4:
Financiën
Algemene Toelichting
In dit hoofdstuk willen we de inkomsten en uitgaven verantwoorden. We vinden dit niet alleen belangrijk voor de stichting zelf, maar wij willen vooral open, eerlijk en transparant zijn naar o.a. de donateurs, de NCDO, de scholen die voor onze stichting een actie hebben gevoerd en alle organisaties die ons geldelijk steunen. Daarnaast willen wij ook allen inlichten die ons behulpzaam zijn geweest bij de projecten op Bali.
Wij willen ook nog het volgende vermelden. Er zijn een groot aantal bezoeken en reizen naar Bali geweest van een aantal bestuursleden van de stichting (Marijke, Thijs, Karin en Ellen).
Zij zijn overigens apart gegaan en niet tegelijkertijd. De bezoeken hadden niet alleen een vakantie karakter, maar waren vooral bedoeld om de projecten verder op weg te helpen en om onvolkomenheden glad te strijken. Vrijwel al deze reizen zijn door de mensen zelf bekostigd, op twee reizen van Thijs van Harte na, die twee keer een week uitsluitend voor werkzaamheden voor de stichting naar Bali is geweest.
De financiële verantwoording doen we aan de hand van gegevens, die nog niet naar de accountant zijn geweest. Accountantsbureau Primain te Delft zal in het eerste kwartaal van 2008 de behandeling van de boekjaren 2006 en 2007 (loopt gelijk aan het kalenderjaar) geheel kosteloos voor de stichting verzorgen.
Op hun advies doen wij deze tussentijdse verantwoording zelf, in de vorm van een eenvoudige verantwoording van inkomsten en uitgaven over de periode 10 september 2006 tot en met 4 september 2007.
Inkomsten in Nederland en op Bali
Zie hiervoor het onderwerp fondswerving en sponsoracties.
We zijn volledig afhankelijk van donaties, giften en acties.
Ook op Bali zijn er inkomsten geweest. Dit zijn voornamelijk giften geweest van Nederlandse toeristen die via medewerkers of vrijwilligers kwamen, of onze site bezocht hadden en de projecten wilden bezoeken. Het betrof niet alleen gelddonaties voor bijvoorbeeld een dagje uit met de kinderen, maar ook schenkingen in natura. Hans en Lenie Olde Hanhof hebben bijvoorbeeld de schooluniformen voor onze kinderen in Selat betaald en er is door verschillende mensen spelmateriaal gebracht. Anna Reitsma uit Leeuwarden heeft bijvoorbeeld voor haar vakantie naar Bali een aantal muziekzaken in haar stad bezocht en heeft veel instrumenten die niet meer verkocht konden worden, gratis meegekregen en aan ons gedoneerd.
Uitgaven in Nederland en op Bali
In Nederland bestaan de grootste uitgavenposten uit het uitzenden van de vrijwilligers.
De kosten zijn o.a. de tickets, verzekeringen, visa (verblijfsvergunningen en verlenging hiervan) en dergelijke. Daarnaast hebben wij folders laten maken.
Op Bali wordt het meeste geld uitgegeven.
Vooral tijdens de startfase van de projecten, vanaf de komst van de vrijwilligers op 14 oktober 2006, is veel geld uitgegeven. Bijvoorbeeld de eerste opvang in guesthouses, huur en inrichting van de vrijwilligershuizen en klaslokalen en aanschaf vervoersmiddelen.
Daarnaast zijn nog startkosten gemaakt zoals het werven van personeel en het maken van visitekaartjes. Voor het overgrote deel waren dit eenmalige kosten.
Maandelijks is de stichting vooral geld kwijt aan de salarissen van de Balinese medewerkers, eten, drinken en zakgeld voor de vrijwilligers, benzine en een potje voor uitgaven aan het werken met de kinderen.
| Inkomsten Nederland 2006 | |
| Privé donaties | 9.780,00 |
| Benefietdag 19 november 2006 | 6.622,20 |
| Stichting Stella Mundi | 7.500,00 |
| Totaal | 23.902,20 euro |
| Inkomsten 2007 Nederland (1 jan. t/m 4 sept.) | |
| Benefietdag 19 november 2006 | 2.025,00 |
| Privé-donaties | 10.589,05 |
| Stichting Stella Mundi | 7.500,00 |
| Stichting De Vondelbrug | 4.604,00 |
| NCDO | 5.300,00 |
| Verkoop kaarten | 35,00 |
| Oosterse markt Delft | 217,00 |
| Pasar Malam Den Haag | 2.600,00 |
| Herman Broerenschool te Delft, sponsorloop | 2.500,00 |
| Herman Broerenschool te Naaldwijk, stoepkrijtactie | 2.436,45 |
| Basisschool Het Zonnelicht, sponsorloop | 1.500,00 |
| Stichting Katholiek Onderwijs te Bussum | 5.270,00 |
| Verjaardagen families Vermeulen en De Vaynes van Brakell Buys | 7.691,00 |
| Verjaardag Sophie Klapwijk-Vossenaar | 260,00 |
| Kraam Gez. Kerken op jaarmarkt Nieuw-Loosdrecht | 660,00 |
| Totaal | 53.187,50 euro |
| Inge:Het is donderdag. Met de scooter de bergen in voor een huisbezoek: wauw wat een uitzicht!" (even vergeet ik dat ik aan het werk ben). In de bergen zijn de mensen arm en leven een stuk primitiever dan in de dorpen. De vader en moeder van Jaya zijn blij dat we er zijn. We spelen met Jaya. Hij lacht. De mensen hebben weinig maar zijn zo dankbaar ..! |
| Uitgaven 2006 en 2007 NEDERLAND 10/9/2006 t/m 4/9/2007 | |
| Eenmalig klaslokaal in Selat Noord Bali | 3.000,00 |
| Tickets 15 vrijwilligers | 16.250,00 |
| Visum (Sozial Budaya) de eerste 2 maanden | 990,00 |
| Drukwerk flyers | 1.606,50 |
| Kosten Benefietavond | 2.929,00 |
| Verzekeringen vrijwilligers (bijdrage stichting) | 2.650,00 |
| Ontwerp logo | 428,40 |
| Laptops en lamineermachines | 1.349,80 |
| Speelgoed, boeken, Kamer van Koophandel, kantoorboekhandel, kopie n en allerlei kleine uitgaven. | 919,62 |
| Twee printers | 160,00 |
| Kosten pasar malam | 199,50 |
| Cadeautjes voor kinderen sponsoracties | 300,00 |
| Totaal | 30.782,82 euro |
| Uitgaven 2006 en 2007 BALI 10/9/2006 t/m 4/9/2007 | |
| Eenmalig 2 busjes | 12.000,00 |
| Vrijwilligershuizen in Selat en Ubud (huurprijs per jaar) | 3.417,00 |
| Klaslokaal in Ubud (huurprijs per jaar) | 833,00 |
| Aankoop 1 brommer | 580,00 |
| Huur 1 brommer automatisch (per jaar) | 417,00 |
| Verlenging visum vrijwilligers na 2 maanden en dan per maand | 1.700,00 |
| Ingrid en Jeroen eenmalige kosten Bali Singapore, wegens verlenging contract naar 1 jaar. Na 6 mnd. moet men een paar dagen het land uit. In Singapore wordt weer een visum (Sozial Budaya) voor 2 maanden aangevraagd. | 750,00 |
| Benzine voor 2 busjes. Kinderen ophalen/wegbrengen en ook voor o.a. huisbezoeken. Per busje per maand 83 euro. | 2.500,00 |
| Levensonderhoud vrijwilligers. Ook zakgeld van 8 euro per week, internetten, telefoonkosten 4 euro per week, benzinekosten voor de brommers bij o.a. huisbezoeken en afspraken voor de stichting. | 6.350,00 |
| Salarissen Balinese medewerkers (6 medewerkers, die gemiddeld 25 uur per week werken) | 4.700,00 |
| Kosten voor de kinderen. Hapje/drankje, dagje uit, speelgoed, pennen, verf, papier etc. | 2.140,00 |
| Belasting (ook hier op Bali) voor de 2 busjes | 147,67 |
| Service kosten busjes | 125,00 |
| Eenmalige aankleding huizen, meubilair, bedden/matrassen, ijskasten, salaris timmerman etc. | 1.645,33 |
| Registratie politie vrijwilligers | 62,50 |
| 1e opvang vrijwilligers guesthouse (nog geen huurhuizen) | 479,16 |
| Lening aan werknemer Gede voor brommer | 334,00 |
| Totaal | 38.180,66 euro |
Hoofdstuk 5:
Dankbetuiging
Op financieel gebied zijn wij heel veel dank verschuldigd aan alle lieve en betrokken mensen, die een donatie, een schenking of anderszins hebben gegeven. Van twee tot honderden euro’s en soms zelfs duizenden euro’s!
Daarnaast zijn er mensen geweest die hebben geholpen bij sponsoracties van de stichting of zelf een sponsoractie hebben georganiseerd.
Tot slot willen we noemen dat wij veel hulp hebben gehad van een aantal specialisten bij de ontwikkeling van de principes en werkwijze van Stichting Sjaki-Tari-Us.
De lijst is zeer lang, maar op deze, wellicht onsympathieke manier, willen we iedereen bedanken!
- Stichting Stella Mundi (Marijke, Rien en Jurriaan) voor hun giften in 2006 en 2007.
- Familie Vermeulen, familie Van Bokhoven en familie de Vaynes van Brakell Buys voor hun inzamelingsacties, meedenken en hand en spandiensten.
- Sophie Klapwijk-Vossenaar van Stichting de Vondelbrug voor hun donatie.
- Wim de Leeuw uit Leiden de nieuwe eigenaar van het huis van Marijke in Leiden.
- De Nationale Commissie voor internationale samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO), die onze subsidieaanvraag voor een busje gehonoreerd heeft.
- Harry Hoekjen, directeur van de Herman Broerenschool te Delft (school van Tari) en Frans Janssen, Locatie manager van de Herman Broerenschool te Naaldwijk en Els van de Werken, onderwijzeres van basisschool Het Zonnelicht te Rijswijk.De directieteams en het onderwijzend personeel van deze scholen danken wij voor hun inzet en organisatie om de verschillende actiedagen voor onze stichting tot een groot succes te maken. En natuurlijk niet te vergeten de kinderen die zich met veel enthousiasme hebben ingezet!
- Ellen Derksen en Larissa van Weerd van de Pasar Malam Besar te Den Haag voor hun medewerking en flexibiliteit met onze deelname aan de Pasar.
- Wim Christ van de Gezamenlijke Kerken te Nieuw Loosdrecht voor de spontane actie op de jaarmarkt.
- Nusa Ina Reisbureau (Freek, Jennifer en Donny) te Den Haag voor hun financiële bijdrage bij de verkoop van tickets, die door onze stichting zijn aangebracht.
- Stichting IPSE te Delft en regio en de Compaan te Den Haag, twee gehandicapten organisaties die de stichting zeer behulpzaam zijn naar inhoud. En vooral ook in het kijken binnen hun eigen toko, hoe zij de kinderen met een verstandelijke beperking benaderen en begeleiden.
- Stichting Katholiek Onderwijs te Bussum, die zomaar en uit het niets 5.270 euro gestort heeft.
- Jan Vrins van het Delfts Toneel Gezelschap, die een aantal avonden het stuk De Revisor van Gogol in de maanden november en december gaat spelen, waarbij een gedeelte van de opbrengst voor Stichting Sjaki-Tari-Us bestemd zal zijn.
- Jacob Dekker, die tijdens zijn bezoek aan zijn vrouw Katinka (vrijwilligster) op Bali het ontwerp heeft gemaakt voor het buiten speeltoestel (klimrek en schommel).
- De Haagse Hoge School en de Utrechtse Hoge School voor hun inhoudelijke bijdrage aan de stichting.
- Accountantsbureau Primain te Delft, die geheel kosteloos het financieel jaarverslag zullen verzorgen.
- De mensen die allemaal meegeholpen hebben om van onze deelname aan de Pasar Malam Besar te Den Haag een succes te maken.
- Alle reizigers naar Bali die kinderkleding en speelgoed hebben meegenomen.
- De studenten van de tropenopleiding aan het Havenziekenhuis te Rotterdam, die hun eindexamenstuk “teach the teacher programma” voor de stichting hebben gemaakt.
- Restaurant De Wereldzaak die op de benefietavond voor de stichting een speciale dinerprijs heeft gerekend.
- Benoit Overbeke van Studiovano voor de prachtige foto’s.
- Hans en Lenie olde Hanhof-Osten voor hun donatie voor de schooluniformen.
- De Islamitische basisscholen in Uden en Oss, die tijdens de ramadan in september/oktober 2007 een inzamelingsactie houden voor de kinderen op Bali.
- Gerben Lens, directeur van de Stichting Rotterdamse Avondschool (STRAS) die een donatie heeft gedaan voor schildermaterialen t.b.v. het kunst- en cultuurproject in Ubud.
- Niet te vergeten de vrijwilligers: Zij doen het werk daar op Bali in voor- en tegenspoed!
- En hen allen die we niet daadwerkelijk benoemen, maar die met hun bijdrage, al dan niet financieel, het vele werk van Stichting Sjaki-Tari-Us tot een succes helpen te maken.
| Ingrid:Bloem, eieren, water, een paar kinderhandjes en kneden maar!Vandaag gaan we vies worden, en o ja koekjes bakken. De creaties komen na ongeveer 5 minuten uit de zogenaamde oven". We hebben de creaties verruild voor echte koekjes. Een moeder van één van de kids is helemaal verrast en vraagt: zijn dit de koekjes die de kids net hebben gemaakt?" |
Hoofdstuk 6:
Nawoord
“WAAR DOEN WE HET VOOR??”
Maatschappelijk ondernemen, iets doen voor de medemens, wij hebben het zo goed en ga zo maar door. Dit zijn allemaal opmerkingen, die iedereen wel eens gebezigd heeft.
Uiteindelijk gaat het vooral om gewoon DOEN! We zijn begonnen. Natuurlijk met het besef, dat niet alles van een leien dakje zou gaan, maar wel in de overtuiging, dat het ons zou lukken om de kinderen met een verstandelijke beperking op Bali op weg te helpen. Niet alleen de kinderen, maar vooral de omgeving van deze kinderen. Ouders, opa’s, oma’s, broertjes, zusjes en nog verder buren, overheid en onderwijzend personeel.
Wie dit jaarverslag leest, zou kunnen denken: “goh wat een successtory”. Dat is het ook, maar ons pad is niet alleen over rozen gegaan:
…… De toegezegde werkruimte in de kliniek in Ubud ging uiteindelijk na veel ‘van het kastje naar de muur bewegingen’ niet door waardoor we in Ubud pas in januari van start konden gaan,
…… Er is tot drie keer toe ingebroken in onze vrijwilligershuizen waarbij de nodige materiële en emotionele schade is opgelopen,
…… Vrijwilligers en Balinese medewerkers moesten hun weg vinden in de verschillende wederzijdse waarden, normen en cultuur, wat de nodige spanning en miscommunicatie met zich meebracht,
…… Onze veldwerkster in Ubud zag zich in maart genoodzaakt haar ontslag te nemen,
…... Samenwerken en -wonen viel de vrijwilligers soms zwaarder dan verwacht,
…… Ook de Balinese medewerkers konden niet altijd even goed met elkaar door één deur,
…… Mede door bovenstaande zaken was de verwachting vaak groter dan de uitkomst,
…… Het bestuur in Nederland moest ook veel leren om bovenstaande perikelen adequaat het hoofd te bieden en haar beste beentje voor zetten om overal op tijd op te reageren of voor te zijn (wat niet altijd lukte),
…… Soms was het spannend of we op tijd aan de nodige financiën zouden komen (de bodem van de kist hebben we regelmatig gezien).
MAAR:
…… we ontvingen ook hartverwarmende reacties van de mensen in Nederland en op Bali: “Ga alsjeblieft door,”
…… en we kregen een groot aantal aanmeldingen van vrijwilligers. Zij moeten het doen!
…… of er werd opeens uit het niets en spontaan een storting gedaan of belde een onbekende op met de mededeling op de jaarmarkt een bedrag voor de stichting te hebben binnengehaald,
…… en liepen de kinderen op de scholen in Nederland een sponsoractie.
EN DAN:
…… zie je de kinderen en hun ouders op Bali lachen tijdens de speelleergroep,
…… zie je het kind hier in Nederland, dat met volle overtuiging zich inspant voor het andere kind op Bali,
…… zie je de vrijwilligers met nieuwe moed en energie de draad weer oppakken,
…… zie je de samenwerking op Bali groeien en op dreef komen,
…… zie je een traan, omdat wij het zo goed hebben,
…… zie je de vorderingen, niet alleen bij het kind, maar ook bij de ouders en de omgeving.
“DAAR DOEN WE HET VOOR !!!!”
| Mila: Te scooter naar het gezin met een mandje met speelgoed. Voor Komang nemen we hamertje tik mee. Het gehele gezin is erbij en ook oma komt om het hoekje kijken en begroet ons. Terwijl we bezig zijn realiseer ik me hoe bijzonder het is om te zien, hoe het hele gezin naar hamertje tik kijkt. De verschillende mooie kleuren hout en de staat van netheid, zullen wel indruk maken. |
Hoofdstuk 7:
Toekomst
Er is een begin gemaakt. We willen dit jaarverslag beëindigen met de TOEKOMST!
Vraag en uitkomst. De kinderen en hun omgeving hebben veel baat bij onze projecten op Bali.
Al met al voorziet Stichting Sjaki-Tari-Us in een behoefte.
We leveren kwaliteit, waarbij de gangbare methodieken uit Nederland op/in onze projecten toegepast worden. Steeds rekening houdend met de normen, waarden en cultuur van de Indonesische en Balinese mensen.
We bouwen geen opvanghuizen. We gaan uit van het principe, dat de mens (in ons geval het kind met een verstandelijke beperking) het beste gedijt in en met zijn/haar omgeving.
We gaan verder. Een opsomming van activiteiten en plannen voor de komende tijd:
- Met de Herman Broeren school te Delft en de Utrechtse Hoge School wordt een verkort opleidingsprogramma opgesteld. Dit programma is niet alleen bestemd voor de vrijwilligers, maar op termijn ook voor het Balinese onderwijzend personeel van Stichting Sjaki-Tari-Us. Er worden plannen opgezet om deze medewerkers een stageplaats in Nederland aan te bieden.
- Op dit moment (september 2007) zijn acht vrijwilligers werkzaam op Bali. Wij zijn bezig met het aanstellen van extra Balinees onderwijzend personeel. Later in de tijd moeten de Balinese medewerkers de overhand krijgen.
- Een tandarts uit Nederland gaat jaarlijks een tweetal keer voor vakantie naar Bali. Een gedeelte van zijn vakantie zal hij besteden aan de behandeling van onze kinderen. Wij zouden heel graag willen dat ook logopedisten, kinderartsen en -fysiotherapeuten zich melden. Inmiddels zijn er contacten gelegd met de Maatschap voor kinderartsen. We hopen hiermee ook een dergelijke constructie te verwezenlijken.
- In september 2007 gaat een aantal vrijwilligers het zogenaamde “ Moeders voor Moeders project” op gang brengen. Wie kan beter de familie met een kind met een verstandelijke beperking bereiken en uit hun isolement halen, dan een familie in dezelfde omstandigheid.
- Op Bali zijn intussen contacten met de overheid gelegd. Zij zijn zeer enthousiast over onze initiatieven en o.a. door de media aandacht geïnteresseerd geraakt. Op hun verzoek zal Thijs eind oktober 2007 op Bali een presentatie over Stichting Sjaki-Tari-Us houden.
- In Nederland zullen nog steeds sponsoracties plaatsvinden. Hierbij zullen wij financiële ondersteuning vragen aan o.a. de NCDO, Cordaid en de Wilde Ganzen.
- In het afgelopen jaar zijn wij geconfronteerd met oudere kinderen met een verstandelijke beperking die om verschillende redenen nooit naar school zijn gegaan. Het betreft kinderen ouder dan 14 jaar. Op initiatief van de Balinese medewerkers zijn wij een proefklasje gestart in Selat Noord Bali. We doen dit op school in ons lokaal, zodat bij hen ook het gevoel ontstaat, dat zij daadwerkelijk naar school gaan. Ze krijgen les in o.a. cijfers/rekenen en letters lezen en schrijven met behulp van onze methodieken.
- We krijgen veel vragen van ouders waarvan hun (oudere) kind naar het Speciaal onderwijs gaat, of de stichting ook baantjes te vergeven heeft, of dat de stichting ervoor kan zorgen, dat hun kind vaardigheden aangeleerd krijgt. In de huidige situatie blijven deze jongeren thuis en afhankelijk van hun ouders en omgeving. Terug bij Af! Via een bevriende relatie heeft de stichting midden in het centrum van Ubud een gebouw van 500 m2 voor een schappelijke prijs aangeboden gekregen. Huurprijs 750 euro per jaar!
- Wij onderzoeken nu de mogelijkheden om een dagbestedingcentrum op te richten waarin deze jongeren vaardigheden aangeleerd krijgen.
- Er zijn plannen om een boek uit te geven. Hierin zullen de prachtige foto’s van Benoit van Overbeke gebruikt worden, omlijst met verhalen over de projecten en vooral over de belevingswereld van ouders met een kind met een verstandelijke beperking. Deze verhalen willen we doortrekken naar ouders en hun kinderen hier in Nederland.
- Op Bali zijn Ingrid van Bokhoven en Jeroen Laan, twee vrijwilligers, bezig met de voorbereidingen van een kunst- en cultuurproject. Zij organiseren dit project gedeeltelijk in hun vrije tijd. Binnen het project gaan zij aan de slag met een aantal ouders en hun kinderen om hen eerst een aantal verftechnieken aan te leren (bijvoorbeeld met kwast, roller, stempels en spatwerk).
- Om vervolgens gezamenlijk een aantal werken te maken waarbij het thema “hoe zie ik mijn kind”, centraal zal staat. Zodoende dient het project meerdere doelen: niet alleen het oefenen van de motoriek, maar ook communiceren, samenwerken, plezier maken en het laten zien van mogelijkheden van onze kinderen aan de buitenwereld.
- De kunstwerken zullen eerst in Ubud tentoongesteld worden en daarna in Nederland.
- Bij het Fonds 1818 zullen we voor dit project een subsidieaanvraag indienen. Daarnaast kunnen we dit project ook met het boek laten combineren.
- De stagiaires Speciaal bewegingsonderwijs hebben van de stichting een extra opdracht meegekregen om een sportdag te organiseren. Deze sportdag is niet alleen bedoeld voor kinderen met een verstandelijke beperking, maar ook voor alle basisschoolkinderen in Ubud en Selat. Op deze dag zullen samenwerking en integratie centraal staan en kunnen de kinderen van elkaar zien dat zij gewoon kinderen zijn.Voor deze sportdag zullen we de Johan Cruijff Foundation benaderen voor een subsidieaanvraag.
- Tot slot zijn we in Nederland nu al bezig met het treffen van voorbereidingen voor “De actieweek voor Sjaki-Tari-Us”. Voor volgend jaar juni 2008 heeft de stichting al een aantal speciaal onderwijsscholen bereid gevonden om mee te doen aan deze actieweek voor Stichting Sjaki-Tari-Us.
“Als je iets goeds ziet, geef dan een compliment. Als je een fout ziet, biedt dan hulp aan.”
Nelson Mandela
Bijlage 1:
Visie en Missie
Visie
Onze visie is dat we kinderen met een verstandelijke beperking, in landen waar dit nodig is, willen ondersteunen in hun ontwikkeling en deelname aan de samenleving onder het motto:
Niet minder, maar anders begaafd!
Kinderen met een verstandelijke beperking hebben hun eigen kwaliteiten en het recht om zichzelf te zijn en zich met deze kwaliteiten zover mogelijk te ontwikkelen.
Ons uitgangspunt en streven is deelname aan de samenleving als gelijkwaardig mens. In sociale zin in de vorm van contact en communicatie, spel en erbij horen. En waar mogelijk in praktische zin in de vorm van school en (aangepast) werk.
Missie
We doen dit door Nederlandse middelen en deskundigheid te mobiliseren en beschikbaar te stellen aan ouders, begeleiders, leerkrachten en artsen van de kinderen daar. Op zo’n manier dat zij het op termijn zelf kunnen toepassen en overdragen en de kwaliteit van de begeleiding en het onderwijs aan deze kinderen structureel is toegenomen.
Het is niet de bedoeling om de Nederlandse situatie te copiëren, maar samen te werken met de mensen daar en aan te sluiten bij hun cultuur en manier van werken.
Toelichting visie en missie
1. Kinderen met een verstandelijke beperking
We sluiten vanuit de visie en missie geen kinderen met een verstandelijke beperking uit. Dus ook geen kinderen die een heel laag “niveau” hebben, of lichamelijke beperkingen/aandoeningen naast hun verstandelijke beperking.
Voor de speelleergroepen hanteren we een leeftijdsgrens van zeven jaar (vanaf 0 jaar), omdat er daarna voor deze kinderen speciaal onderwijs is.
De speelleergroepen
In de speelleergroepen mét ouders richten het programma en de begeleiding zich erop de ouders te leren met hun kind te spelen en te werken (en bij hen ook kennis op te bouwen over allerlei voor hen relevante zaken).
De vrijwilligers werken hierin samen met de vaste Balinese krachten. Het hoofddoel is om hen op te leiden in het werk, zodat zij dit op termijn zelf kunnen.
De ouders zijn dus de doelgroep. Het rechtstreeks spelen met de kinderen door de vrijwilligers is hier middel om te demonstreren aan ouders en Balinese krachten hoe je dit kan doen.
De werkjes die de ouders individueel met hun kind doen tijdens het werkmoment zijn op het niveau en de doelen van het betreffende kind afgestemd, de vrijwilligers en Balinese krachten ondersteunen hen hierbij.
Er zijn ook speelleergroepen zonder ouders (als de ouders toch mee willen/moeten komen, worden zij niet of minder betrokken). Hierin richten de vrijwilligers/begeleiders zich wel direct tot de (groep) kinderen. Hier wordt met de kinderen gewerkt om hen verder te helpen in hun ontwikkeling d.m.v. het aangeboden programma en de activiteiten.
Hier zijn de Balinese begeleiders de doelgroep, aan wie geleerd wordt hoe zij zelf met de kinderen kunnen werken!
Er kunnen in de speelleergroep kinderen zijn die vrij snel kunnen doorstromen naar de dagdeelopvang en er kunnen kinderen zijn voor wie dit niet haalbaar is of zal worden!
2. Ondersteunen
Ondersteunen betekent voor ons dat wij hier en de vrijwilligers op Bali, doen wat we kunnen.
Niet meer en niet minder!
Omdat we afhankelijk zijn van de beschikbare tijd en capaciteit van onszelf en onze vrijwilligers. Zowel in hoeveelheid werk dat verzet kan worden, als in bekwaamheid/deskundigheid m.b.t. de werkwijze en aanpak.
Wij streven een steeds hoger niveau na, door wat gedaan en geleerd is vast te leggen en door te geven aan zowel de volgende groep vrijwilligers als aan de vaste Balinese krachten.
En we zijn blij met alles wat geboden en bereikt kan worden!
Dit betekent in de praktijk wat ons betreft ook dat de vrijwilliger bij ieder kind aan de slag kan gaan met wat hij/zij weet en kan, ook al is er een heleboel nog onduidelijk en lijkt het maar weinig.
Misschien wordt er alleen gewerkt aan zintuiglijke prikkeling, misschien alleen aan het laten wennen van het kind in de nieuwe omgeving, misschien is het enige wat zichtbaar is, het contact wat de ouders met andere ouders (lotgenoten) hebben.
Het is iets en de rest komt later.
De rest (ideeën, kennis, ingangen), kan komen door op onderzoek uit te gaan. Bij het kind, de ouders, de collega’s, in de boeken en bij de achterban (in Nederland kan gezocht worden naar specifieke informatie of er kan een casus worden gestuurd naar anderen die wellicht ideeën of tips hebben).
Er is dus geen meetlat vooraf van wat we moeten bieden of welke specifieke expertise er moet zijn om met ouders en hun kind te beginnen. Vooral niet omdat de ouder bij de speelleergroepen aanwezig is.
3. Ontwikkeling
Ontwikkeling kun je zien als het toenemen van vaardigheden op alle ontwikkelingsgebieden (sociaal, cognitief en motorisch).
Wij zien ontwikkeling breder: bijvoorbeeld toenemend reageren op prikkels, het toenemen van plezier en welzijn, het toenemen van contact met de ouders of toenemende acceptatie van het kind door de ouders, familie en omgeving.
Ieder kind is dus leerbaar op zijn eigen niveau en zo gezien kan ieder kind zich ontwikkelen, zolang de ouders en familieleden het kind blijven benaderen en stimuleren.
4. Deelname aan de samenleving
We herhalen hier nog de toelichting op onze visie:
Kinderen met een verstandelijke beperking hebben hun eigen kwaliteiten en het recht om zichzelf te zijn en zich met deze kwaliteiten zover mogelijk te ontwikkelen.
Ons uitgangspunt en streven is deelname aan de samenleving als gelijkwaardig mens. In sociale zin in de vorm van contact en communicatie, spel en erbij horen. En waar mogelijk in praktische zin in de vorm van school en (aangepast) werk.
Bovenstaande is waarom wij het zo belangrijk vinden om ouders, familieleden en omgeving van het kind te betrekken bij het ondersteunen van het kind en waarom we geen 24-uurs opvang opzetten onder begeleiding van professionals. Wij denken dat het leven zin krijgt in de ontmoeting met medemensen. Het gaat er o.a. om te kennen en gekend te worden en liefde te geven en te ontvangen.
Vanuit de speelleergroepen kan gekeken worden in hoeverre het kind kan doorstromen naar het speciaal onderwijs of het regulier onderwijs.
Vrijwilligers en Balinese krachten kunnen hier optreden als tussenpersoon om de ouders te helpen hun kind geplaatst te krijgen.
5. Middelen en deskundigheid mobiliseren en beschikbaar stellen aan ouders, begeleiders, leerkrachten en artsen
Het belangrijkste punt hier is om volhardend en gestaag, met wat iedere nieuwe vrijwilliger aan kennis en kunde meebrengt, te bouwen aan het beschikbaar stellen van deze deskundigheid.
Dit bouwen doen we ten eerste grotendeels on the job, in het laten zien aan en samenwerken met de ouders en Balinese leerkrachten. Zodat zij door te ervaren deskundig worden. Dat dit werkt hebben vele ouders in Nederland ondervonden die met hun kindje bij de fysiotherapeut, de logopedist, de vroeghulp, de speelleergroep en het speciaal onderwijs kwamen en daar ‘de kunst’ afkeken.
Ten tweede bouwen we aan het vastleggen en vertalen van kennis, programmaonderdelen, methodieken en materialen die in de groepen voor jonge kinderen worden gebruikt.
Op zo’n manier dat latere generaties er op terug kunnen vallen. Dit gaat niet van de ene op de andere dag, maar stap voor stap. Het ‘kenniscentrum’ groeit naarmate er vanuit de praktijk meer uitgevoerd is. Belangrijk is om dit vanaf een zo vroeg mogelijk stadium gestructureerd te doen en hier steeds meer overzicht in aan te brengen.
Ten derde bouwen we door het “teach the teacher programma” vorm te geven. Hierin komen in logische volgorde onderdelen aan bod die zowel voor de leerkrachten op ‘onze’ groepen essentieel zijn, als voor de leerkrachten van het speciaal onderwijs.
Als laatste kunnen we bouwen door on the job te gaan samenwerken op het speciaal onderwijs, of zelfs Balinese leerkrachten voor opleiding en stage naar Nederland te halen (de Herman Broerenschool in Delft heeft hier belangeloos haar samenwerking voor aangeboden).
6. Op termijn zelf toepassen en overdragen
Hoe snel bovenstaande ontwikkeling zal verlopen is onbekend.
We streven ernaar ons op de betreffende locaties min of meer te kunnen terugtrekken binnen een termijn van vijf jaar.
Dit betekent niet alleen dat de Balinese leerkrachten het werk zelf moeten kunnen toepassen, het betekent ook dat zij het weer moeten kunnen overdragen aan anderen.
7. Structureel
Wanneer de tijd rijp is, zullen we in samenwerking met de Balinese krachten en de Balinese stichting “Yayasan Bidadari (= engel) Bali”, de overheid gaan benaderen om te bewerkstelligen dat zij het werk en de opleiding van Balinese begeleiders en leerkrachten gaan ondersteunen, formaliseren en financieren.
Pas dan kan werkelijk sprake zijn van een structurele verbetering van de begeleiding en het onderwijs aan kinderen met een verstandelijke beperking.
We staan nog aan het begin, maar wel degelijk onze lange termijn focus die ons vanaf dit begin richting geeft bij het inrichten en vormgeven van onze projecten.
8. Aansluiten bij de Balinese cultuur en manier van werken
Hoe we dit het beste kunnen doen, valt alleen maar te leren en te ondervinden in de praktijk. Wat kan wel en niet? Waar ligt een grens? Wanneer loopt bijvoorbeeld onze manier van werken op de groepen teveel uiteen met het gangbare Indonesische onderwijs? Wat zijn de gevolgen van zo’n prachtig ingericht, kleurrijk lokaal? Wanneer haken ouders af? Wanneer voelen ze zich senang bij iets wat nieuw en anders is? Wanneer gaan ze erin geloven?
We kunnen alleen maar in contact blijven, veel toetsen bij en evalueren met onze Balinese krachten, de onvermijdelijke fouten herkennen, herstellen en weer verder gaan.
Ook hier kunnen we leren van mensen die hierin verder zijn dan wij en het geleerde weer overdragen aan nieuwe vrijwilligers, in protocollen en dergelijke. En onze visie of ambities bijstellen als dit nodig is.
Bijlage 2:
Evaluatieverslag van projecten Bali, plus doelen komend half jaar
Door: Thijs van Harte en Karin Leithuijser
Augustus 2007
Onderstaand verslag is in augustus 2007 geschreven. Inmiddels, eind september, zijn er al een aantal van de in het verslag genoemde doelen gerealiseerd!
Algemene indruk
We hebben allereerst ontzettend genoten van het aanschouwen en bijwonen van de groepen. Geweldig blij en trots met het enthousiasme en de blijheid om bij ons te kunnen komen van de (op dat moment) 24 kinderen met hun ouders.
Zowel in Ubud als in Selat draait een duidelijk en herkenbaar programma, kinderen en ouders die zich hier senang bij voelen in een warme, saamhorige en persoonlijke sfeer.
Leerkrachten Tedi en Iluh die allebei enthousiast, gedreven, leergierig en dankbaar zijn met het werk wat ze doen.
Vrijwilligers die na alle hobbels en bobbels met hernieuwd plezier en vanuit meer rust en overzicht in het programma veel ideeën en plannen hebben om mee verder te gaan.
Medewerkers Gede, Rita, Komang en Iluh zijn happy en hebben een positieve spirit naar de toekomst.
Goede betrekkingen en afspraken met andere partijen zoals de huiseigenaren en het bestuur van Yayasan Bidadari.
Kortom, nu het eerste jaar Sjakitarius op Bali er bijna op zit, ligt er een prachtig fundament om vanuit verder te werken!!
De speelleergroepen
Bevindingen:
- De kinderen komen in Ubud twee ochtenden en in Selat drie ochtenden naar de groep. In principe steeds met ouders (sommigen soms zonder wanneer de ouder verhinderd is).
- De meeste kinderen worden thuis opgehaald met de auto, waarna tussen 8.45 uur en 9.00 uur gestart wordt met het programma.
- Het programma duurt ongeveer 2,5 uur en begint met kort vrij spelen, vervolgens gebed, standaard uitleg m.b.v. picto’s van het programma, ritueel ophangen van de foto’s van de kinderen, zingen in de kring, werkmoment aan de tafeltjes, drinken, buiten spelen/grof motorische oefeningen doen, terug in het lokaal afsluiten door foto’s weer ritueel in mandje te doen m.b.v. afscheidsliedjes. Het programma staat en biedt steun en structuur, waarbinnen ruimte is voor plezier, spontane interactie en soms improvisatie of verandering.
- De picto’s zijn vrij klein en worden aan een waslijn gehangen. Dit kan duidelijker en rustiger voor het oog (wellicht nog ter overweging om sommige picto’s te vervangen door minder abstracte afbeeldingen of foto’s). Pictobord is wenselijk.
- Er worden ondersteunende gebaren gebruikt, echter dit is nog beperkt in frequentie en qua “woordenschat”. Zowel in de algemene communicatie, als in de thema’s of onderwerpen die gebruikt worden. De meeste kinderen pikken de gebaren al actief op.
- Het aantal Indonesische liedjes is nog beperkt. Hoewel ze door de herhaling heel herkenbaar zijn, is het wenselijk om voor meer liedjes te zorgen die over onderwerpen gaan waar de kinderen meer taal en begrip uit kunnen halen. Zo nodig te vertalen uit het Nederlands.
- Er wordt groepsgewijs gewerkt en nog weinig zichtbaar individueel. Bijvoorbeeld tijdens het werkmoment aan de tafeltjes doen de kinderen met hun ouders hetzelfde plakwerkje, maar dan wel met onderscheid per kind in het aangeboden materiaal.
- Tijdens de huisbezoeken wordt wel aan individuele doelen met bijbehorende opdrachten gewerkt en deze worden ook met de ouders besproken.
- De ouders hebben nog erg de neiging om het over te nemen van hun kind om de opdracht zo mooi mogelijk te laten slagen. Tegenover hen aan het tafeltje zitten helpt, zij zullen dit verder zelf ook nog moeten leren. Dit moet iedere keer weer opnieuw uitgelegd en aangemoedigd worden, met veel voorbeeld gedrag van de begeleiders.
- Voor een flink aantal kinderen zou het goed zijn om ook zonder ouder te komen, zodat zij ofwel minder gehinderd kunnen werken (vaak zijn kinderen vanuit zichzelf ook zelfstandiger zonder ouder), ofwel kunnen worden voorbereid op school.
- Ook het thuis oefenen is erg wisselend per ouder. Belangrijk is om hier heel gerichte en beperkte opdrachten in te geven (bijvoorbeeld ‘doe deze puzzel komende week twee keer). Zie hiervoor ook hieronder bij spelmateriaal.
- Iluh en Tedi dragen en leiden het programma, ondersteund door de vrijwilligers (van tevoren is met elkaar de inhoud van het programma doorgesproken). Zij doen het met verve, zijn echt de juf en de meester van de klas. Enthousiast en uitnodigend. Vergeten alleen beiden regelmatig om zich te richten naar de ouders met uitleg van het waarom naar de ouders (en hier ook echt de aandacht voor te vrágen). Zelf ook nog soms te bescheiden in het (bij)sturen van de ouders, die dit wel nodig hebben. Zie hiervoor ook hieronder bij opleiding en inzet leerkrachten.
Doelen komend half jaar:
- Uitbreiding van de groepen naar vijf ochtenden per week. Ingedeeld naar verschillende groepen en naar groepen met en zonder ouders.
- Uitbreiding van de uren per ochtend naar 4 uur, van half 9 naar half 1 (hierbij het nodige snacks en drinken faciliteren).
- Verbeteren en uitbreiden van gebruik picto’s.
- Verbeteren en uitbreiden van actief gebruik gebaren, wekelijks minimaal twee nieuwe gebaren erbij en de bestaande blijven gebruiken of laten terug komen (voor ouders een mapje aanleggen waarin kopieën worden geplakt dat mee naar huis kan).
- Uitbreiden Indonesische liedjes. Minimaal twee per maand erbij leren, oude blijven herhalen.
- Individueel werken met vooraf uitgezocht spelmateriaal waarvan 1 kan worden meegegeven naar huis voor de komende week. Op basis van document “Praktische leidraad bij individueel werkmoment”. Dit moet komende twee maanden worden ingevoerd.
- Opvoeren frequentie huisbezoek naar gemiddeld 1 keer per 2 weken (en waar nodig vaker of minder vaak op basis van het kind, de ouder en de situatie).
- Ouders leren hun kind meer te begeleiden i.p.v. het werk over te nemen. Hiervoor voor eind september een bijeenkomst/workshop met ouders organiseren waarin dit opnieuw uitgelegd wordt en de ouders in een rollenspel met elkaar oefenen. Laat maar ervaren! Tijdens groepen vervolgens ouders actief begeleiden en demonstreren wat zij anders kunnen doen.
- Indelen kinderen die 1 ochtend zonder ouder kunnen komen. Invoeren voor half september, vanzelfsprekend na uitleg en overleg met ouders. Wanneer nodig zorgen voor extra begeleiding door vrijwilligers of leerkrachten tijdens de autorit.
Spelmateriaal, verslaglegging en bibliotheek
Bevindingen:
- Er is op beide locaties veel materiaal, variërend in soorten en moeilijkheidsgraad. Het materiaal is wel enigszins naar soort geordend, maar vaak niet geordend op doel of moeilijkheidsgraad. De aanwezige lijsten kunnen als basis dienen voor uitleensysteem en specifieke wensenlijstjes voor Nederland. Over het geheel genomen kan het materiaal nog veel specifieker en frequenter worden ingezet tijdens het individueel werkmoment en d.m.v. uitleensysteem.
- Verslaglegging heeft nog achterstand en moet vastere gestructureerde vorm krijgen. Ook papieren dossiers zijn niet vanaf begin compleet, kan wel bij elkaar worden gezet.
- Er is een lijst met boeken en mappen, maar deze spullen staan niet overzichtelijk bij elkaar en sommige mappen zijn niet op beide locaties aanwezig terwijl dit wel nodig is (bijvoorbeeld gebarenboek). Kleine spullen die ooit naar Bali zijn gegaan, zoals bijvoorbeeld CD’s met kinderliedjes, of voorbeeldfoto’s van Nederlands materiaal van de speellleergroep, staan niet op de lijst.
Doelen komend half jaar:
- Ordenen en systeem verbeteren voor opslag en verdeling (Ubud en Selat) van materiaal.
- Lijsten met precieze omschrijving maken die dienen als vertrekpunt voor uitleensysteem en waar vanaf kan worden gezien wat precies nog nodig is.
- Uitleensysteem voor ouders opzetten.
- Komende weken achterstand in verslaglegging wegwerken.
- Keuze maken in manier van verslaglegging en deze consequent invoeren en gebruiken. Tweewekelijks doorsturen naar Nederland ter info en back-up.
- Bibliotheek ordenen en compleet maken, waar nodig in tweevoud (Ubud kan als centraal kennispunt dienen waar alles is, Selat met dat wat regelmatig gebruikt wordt).
- Lijsten met wat precies aanwezig is, ook andere dingen zoals CD’s of video’s.
Opleiding en inzet leerkrachten
Bevindingen:
- Iluh en Tedi worden hoofdzakelijk “on the job”, dus naar aanleiding van de dagelijkse praktijk ingewerkt en opgeleid. Ze dragen of draaien mee met intake, voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de groepen, huisbezoeken en vergaderingen. Heel erg leerzaam en hoewel nog onzeker over eigen kunnen, staan ze er beiden wel. Het gestructureerd aanbieden van achtergrondkennis heeft nog niet echt plaatsgevonden. Hier is wel veel behoefte aan. Ook aan materiaal dat zij kunnen bestuderen zoals gebaren en kleine stapjes in het engels.
- Afgesproken is dat het aantal uren voor Iluh is uitgebreid naar ongeveer 26 uur. Zij houdt vooralsnog haar parttime baan op de basisschool waar zij werkzaam is vanwege toekomstzekerheid. Tedi werkt nu 3 ochtenden en 1 middag. Ook hij kan/mag uitbreiden wanneer er meer werk voor hem komt.
- Beiden hebben de groepen nog niet alleen gedraaid. Naar ons inzicht is de tijd langzaam rijp om hier minder voorzichtig in te worden.
- Voor beide locaties kan gezocht worden naar een tweede (engelse taalsprekende) leerkracht met onderwijspapieren. Dit om flexibiliteit en capaciteit uit te breiden.
Doelen komend half jaar:
- Maandelijks persoonlijke en inhoudelijke leerdoelen opstellen en actief aan werken op de groep (bijvoorbeeld consequent uitleg geven aan ouders voor iedere activiteit). Na afloop van het werk kan hierover feedback worden uitgewisseld en na een maand specifiek op worden geëvalueerd.
- Tweewekelijks halve dag “les” van Dahlia in achtergrondkennis (a.d.h.v. curriculum vervolgopleiding speciaal onderwijs).
- Zelfstandig leren schrijven van verslagen (met indien nodig specifiek aandacht voor observatievaardigheden).
- Uitgebreide woordenschat in gebaren en kunnen werken met de gebarenmap (met vertaalde onderschriften).
- Werken met Kleine stapjes.
- Zelfstandig kunnen draaien van de groepen (hiervoor kan in aanloop worden geoefend met ochtenden waarbij de vrijwilligers niet ingrijpen of bijsturen).
- Werven en selecteren van twee nieuwe leerkrachten.
Het klasje van Komang
Bevindingen:
- Komang is op eigen initiatief een klasje begonnen met drie pubers met Downsyndroom die niet naar school gingen. Hij deed dit samen met een leerkracht van onze basisschool, Gede, bij hem thuis op zondagmiddag. Heeft rode T-shirten voor leerlingen en leraren gekocht en daar zaten ze apetrots en blij! Ze zijn begonnen met alfabet en cijfers. Voornamelijk met pen en schriftje. Thijs en Minet samen met Karin hebben ieder een zondag bijgewoond.
- De les was ontroerend om te zien. Die kinderen zo trots dat ze naar school gingen!! En dat Komang en Gede zich kosteloos inspannen om hen iets te bieden.
- De les was ook behoorlijk schools en saai en Minet en ik zagen de verveling bij de kinderen al om een hoekje gluren. Een paar kleine tips gegeven om meer actief en gevarieerd met de stof te werken, echter Gede heeft hier met zijn huidige onderwijsachtergrond geen idee van!
- We hebben Komang toestemming gegeven om het klaslokaal van Sjakitarius te gebruiken, ook het materiaal, behalve materiaal dat op kan raken zoals papier en verf. En de auto wanneer de kinderen gehaald moeten worden. Ook de mogelijkheid om uit te breiden in dagen.
- Gede en Komang hebben advies en ondersteuning nodig om een programma en werkwijze samen te stellen om de stof gevarieerder en prakt
- scher aan te bieden. Dus als (eventueel roulerende) taak neer te leggen bij onze vrijwilligers.
Doelen komend half jaar:
- Wanneer aan de orde qua onderwerp Komang en/of Gede uitnodigen voor de les die Tedi krijgt.
- Eén keer per week halve dag ondersteuning van één van onze vrijwilligers in de vorm van meelopen, advies, of samenstellen van programma/materiaal/activiteiten.
Doorstart naar Speciaal Onderwijsscholen (SLB)
Bevindingen:
- Hoewel er 8 SLB scholen zijn op Bali (in elke regio 1), houden we het dicht bij huis en starten met de scholen in Singaraja en Gianyar. Op deze scholen is al meerdere keren een bezoekje gebracht (zie archief verslagen), maar verder is er geen concrete of actieve samenwerking geweest.
- Thijs en Komang hebben goede contacten met een school in Denpasar, men leek heel enthousiast om kennis en ondersteuning te krijgen, maar Kees had in een laatste contact meer het idee dat de directeur vooral z’n prioriteiten heeft liggen bij het verkrijgen van gelden om een extra verdieping op zijn school te bouwen. Dahlia zou hierover nog eenmaal contact kunnen hebben om te checken of er inderdaad feitelijk geen animo is voor deskundigheidsbevordering.
- Op de scholen bij onze projecten is nog weinig bekend of zij wel van ons willen leren. Nader onderzoek dus nodig. We denken aan een “go or no go” rond begin september.
- In de praktijk krijgen we berichten over een onduidelijk selectiebeleid van leerlingen voor de SLB scholen. Belangrijk voor ons om te weten, want nu worden er bij ons soms kinderen aangemeld die ouder zijn dan 7 en die naar zeggen van de ouders niet op de SLB terecht kunnen.
- De casus van het jongetje in Selat die van de SLB is gehaald/gestuurd(?), is een prachtige aanleiding om in contact en samenwerking met deze school te komen. Gesprekken met de leerkracht, 1 of 2 dagen meelopen in de klas om te onderzoeken hoe het daar aan toe gaat, is in het kader van ondersteuning van deze leerling een goede aanleiding om op deze school binnen te komen. Immers, als wij de ouders en de school willen adviseren, moeten we er toch meer van weten.
- We willen nog steeds graag aan de slag op en met deze scholen. Vooral omdat we de kinderen beter onderwijs gunnen en speciaal natuurlijk omdat “onze” kinderen anders vermoedelijk een behoorlijke terugval staat te wachten.
- Er is een projectplan gemaakt door een groep studenten van de tropenopleiding voor het Teach the teacher project. Hoewel veel in dit plan niet overeenkomt met de praktijk, is het zeker te gebruiken om ideeën uit op te doen.
- Het is de hoogste tijd om actief met de SLB scholen aan de slag te gaan. Eerste stap hierin is het uitnodigen van directeuren en leerkrachten om een kijkje op onze groepen te komen nemen en hen duidelijk uit te leggen wat wij doen en waarom.
- Tweede stap is dat zij worden uitgenodigd voor informatie- en presentatiebijeenkomsten c.q. workshops. Dahlia heeft filmmateriaal uit Nederland wat hierbij ingezet kan worden.
- Op grond van zich ontwikkelende contacten en informatie over de behoefte en niveau van de leerkrachten, kan gewerkt worden aan een curriculum van workshops.
Doelen komend half jaar:
- In september beginnen met het uitnodigen om te komen kijken op onze groepen.
- In september samenstellen van korte schriftelijke informatie over wat wij doen en waarom (zie ook moeders voor moeders project).
- Voor eind september onderzoek afronden naar selectiebeleid SLB scholen. Vastleggen in verslag.
- Actief bemiddelen in zowel Selat als Ubud bij het geplaatst krijgen van onze kinderen op de SLB school. Dus als het kan, altijd meegaan met de ouders (leert ons veel en verstevigt de relatie met de scholen. Kan ook binnen het kader dat wij graag willen weten wat de leerling nog bij ons moet leren).
- Begin oktober starten met eerste workshops.
- Eind november balans opmaken over wat de stand van zaken is m.b.t. het zich wer
- elijk committeren van de scholen om deel te nemen aan een teach the teacher programma. Rapport over opstellen.
Projecten
Het kunst en cultuur project:
Idee van Jeroen en Ingrid om een groepje kinderen met hun ouders samen te laten schilderen. Dit op Bali en in Nederland te exposeren. Niet alleen voor de opbrengsten voor de stichting, maar vooral ook voor de PR. Jeroen en Ingrid stellen hier eerst een plan ter fiat voor op en gaan dan waarschijnlijk op aparte middagen hiermee aan de slag.
Het moeders voor moeders project:
Vooral in Selat is het moeilijk om nieuwe kinderen te werven voor onze groep. Ouders schamen zich of ontkennen dat ze een verstandelijk beperkt kind hebben. Maar ook in Ubud is dit project nuttig om op te zetten. Doel van het moeders voor moeders project is tweeledig:
- moeders uit onze groepen meer laten uitwisselen over hun leven en elkaar ondersteunen onder het motto ‘samen sta je sterker’. Door bijvoorbeeld naast school ook bij elkaar thuis met de kinderen te spelen en te oefenen, of voor elkaar laten oppassen zodat de ander de handen vrij heeft. Of andere ideeën waar ze behoefte aan hebben.
- moeders uit onze groepen opleiden om meer bekendheid aan Sjakitarius te geven, “nieuwe” ouders te benaderen en hen uitleg te geven van wat wij doen en wat we voor hun kind kunnen betekenen. Letterlijk als ervaringsdeskundige op pad dus. We hopen dat dit de drempel om naar ons toe te komen verlaagt. Wanneer nieuwe ouders komen, hen koppelen aan een moeder uit het moeders voor moeders project. Samen praten over de ervaringen, over het reilen en zeilen op de groep, verwachtingen etcetera. Wellicht kunnen ze een rol spelen in de benadering van de SLB-scholen. Samenwerken in het geplaatst krijgen van hun kinderen.
Doelen komend half jaar:
- September: bovenstaande ideeën uitwerken in ‘opleidingsprogramma’ (Iluh en Tedi hierbij betrekken).
- Zorgen voor korte schriftelijke informatie met doel en mogelijke invulling voor de moeders en/of andere familieleden, in Bahasa of Balinees.
- Voor eind september moeders benaderen en informatiebijeenkomst organiseren (schriftelijke info meegeven).
- Vervolgens opleidingsprogramma uitvoeren.
- Vanaf het begin kan al gestart worden (dus parallel aan opleiding) met het inzetten van moeders n.a.v. praktijksituaties.
Team samenwerking
Bevindingen:
- Het afelopen half jaar zijn er behoorlijk wat onderlinge strubbelingen geweest in de groep. Dit had enerzijds te maken met persoonlijke verschillen, maar anderzijds ook met onduidelijkheden in visie en werkwijze en vooral communicatie.
- Er is meestal iedere twee weken werkoverleg geweest, maar eigenlijk weinig tot geen echt inhoudelijke uitwisseling of intervisie, of vaste bespreekpunten rondom samenwerking.
- Met de nieuwe groep vrijwilligers, als ook met de huidige, is gesproken over samenwerking, elkaar aanspreken en feedback geven, het streven naar zelfsturend zijn als team en de intensiteit van zowel samenwerken als samenwonen.
- Jeroen heeft aangegeven behoefte te hebben aan een feedbackinstrument aan de hand waarvan een vrijwilliger een soort eindevaluatie kan geven en krijgen van zijn/haar collega’s. Ter lering en afronding van de periode op Bali. Wij vinden dit een goed idee en vinden het nog beter om dit ook tussentijds te doen, om zodoende de samenwerking zo soepel mogelijk te laten verlopen.
Doelen komend half jaar:
- Naast het tweewekelijks werkoverleg ook tweewekelijks overleg voor inhoudelijke uitwisseling/intervisie. Hierin komt de werkpraktijk op beide locaties uitgebreid aan bod (informatie uitwisseling over hoe het loopt, knelpunten, successen, manier van werken, nieuwe dingen etc), maar kunnen ook thema’s (bijvoorbeeld “hoe krijgen we de ouders meer aan het oefenen) en cases (kind inbrengen met vraag over benadering en aanpak van dit kind). Met een dergelijk overleg kan het werkoverleg weer korter worden, omdat het inhoudelijke stuk er niet meer in zit.
- Naar behoefte kunnen er bijeenkomsten worden georganiseerd waarin één van de vrijwilligers de anderen “bijschoolt” over een onderwerp waar hij/zij veel vanaf weet. Inventariseer tijdens het eerste overleg begin september ieders ervaring/expertise.
- Iedere maand twee uur uittrekken om met elkaar te spreken over samenwerken/samenwonen. Hiervan samenvatting maken en opsturen naar Nederland.
- Voor het einde van iemands periode voert hij of zij evaluatiegesprekken met zowel Balinese krachten als collega vrijwilligers.
Financiën
Bevindingen:
- Deze zijn de laatste tijd overgegaan in verschillende handen. Zaak is om deze gestructureerd te krijgen.
Doelen komend half jaar:
- Michel zal na de overdracht een goed systeem m.b.v. exel op poten zetten. Dit zodanig, dat dit als algemeen leidraad kan gelden voor de komende jaren.
- Gezien ook de nog heel veel kleine postjes is er met Michel en Ingrid afgesproken om met vaste hoofdstukken te werken. Bijvoorbeeld kostenposten als: salarissen, vervoer, vrijwilligers en diverse kosten. Thijs zal met de accountant bespreken wat nu voor een jaarverslag noodzakelijk is.
- Gezien de financiële positie van de stichting moet niet alleen in Nederland, maar ook op Bali op de kleintjes gelet worden. Continu overleg met Michel en Thijs wat betreft de uitgaven. Noodzakelijkheid bekijken of wellicht een andere oplossing ook mogelijk is/kan zijn. Het gaat dan vooral om de ietwat grotere uitgaven.
- Wat de auto’s betreft is afgesproken, dat de auto’s alleen in noodzakelijkheid gratis door de vrijwilligers gebruikt worden. Bijvoorbeeld een rapat in Ubud of Selat. Voor de vrije tijd kan gebruik van de auto worden gemaakt, echter wel betaald, zoals dat ook zal gelden als je voor een eigen vervoer zorgt. Dus salaris chauffeur, benzine en huur auto. Bij gebruik van de auto van de stichting wordt het betaalde bedrag van de huur van de auto door Michel in een pot gezet voor reparaties etc.
- Overigens kunnen de chauffeurs (Gede en Komang) ook wel eens de auto gebruiken om andere toeristen te rijden, wanneer de auto werkloos in de garage staat. De huur van de auto gaat dan ook in de pot. Salaris gaat gewoon naar Gede of Komang: let op, dat dit dan niet in rekening van de stichting gebracht wordt en de huur gaat ook in de pot. Zal niet zo vaak gebeuren!
Yayasan Bidadari
Bevindingen:
- Onze officiële partnerorganisatie “NGO” is Yayasan Bidadari. Wij werken alleen met hen samen. Alles wat met Sjakitarius te maken heeft wordt met hen (de voorzitter) ook besproken. Niet tot in alle puntjes, maar in hoofdlijnen. Sjakitarius bepaalt het eigen beleid.
- Wij maken gebruik van hun expertise en relaties in onze contacten naar vooral de overheid.
- Wanneer wij gebruik maken van hun tijd (bijvoorbeeld alle visa verlengingen worden door Yayasan Bidari geregeld en deze staat ook voor ons garant) en hiervoor wordt aan ons een rekening gepresenteerd. Hoofdzakelijk zal dit het werk van Komang zijn.
- Uiteindelijk zal over 4 jaar heel Sjakitarius door de Yayasan op Bali overgenomen worden.
Doelen komend half jaar:
- Yayasan Bidadari langzaam inzicht laten krijgen in onze werkzaamheden.
- Alle contacten naar buiten, vooral naar de overheid, in samenwerking met de Yayasan. Dit kunnen ook alle contacten met bijvoorbeeld de SLB’s zijn.
Bijlage 3:
Achtergrond en werkzaamheden vrijwilligers
Op 14 oktober 2006 is de eerste groep vrijwilligers naar Bali vertrokken. Zij hebben 6 maanden op Bali gewerkt:
- Anja van Dobben, heeft jaren gereisd en heel veel ervaring met het opzetten en coördineren van vrijwilligersprojecten. Dit heeft zij o.a. gedaan in Nicaragua en in India.
- Samanthi van Valkenburg, SPW en verpleegkundige, heeft ervaring met het werken met kinderen met een verstandelijke beperking.
- Anne van der Bruggen, SPW en SPH-propedeuse heeft ook ervaring met het werken met kinderen met een verstandelijke beperking.
Zij zijn de eersten geweest die zich daadwerkelijk met de kinderen hebben bezighouden. Zij hebben de basis gelegd waarop de speelleergroepen tot stand zijn gekomen.
Vanaf 7 januari 2007 hebben zij versterking gekregen van Ingrid van Bokhoven, SPW en afgestudeerd als kunstdocente, waarbij zij vooral ervaring heeft opgedaan in het begeleiden van schilderactiviteiten voor mensen met een verstandelijke beperking.
Deze pioniersgroep is op 12 april 2007 afgelost door de volgende groep van vrijwilligers. Ingrid is nog gebleven.
De tweede groep is tot verdere invulling en professionalisering van de projecten overgegaan:
- Het echtpaar Emmanuel en Netty Hulisilan. Emmanuel is ruim dertig jaar werkzaam als leraar en directeur van diverse basisscholen, Netty heeft o.a. een achtergrond in financiële administratie. Zij hebben vooral de coördinatie, begeleiding, organisatie en administratie op zich genomen. Doordat zij de Indonesische taal vloeiend spreken, is vooral het netwerk en de contacten met de overheid op gang gekomen.
- Katinka van Wierst, Pabo opleiding en ervaring met het werken met kinderen met een verstandelijke beperking en moeder van Remco, haar negentienjarige zoon met een verstandelijke beperking.
- Minet van der Bunt, SPW opleiding en dertien jaar werkzaam in de begeleiding van mensen met een verstandelijke beperking.
- Jeroen Laan, afgestudeerd SPH aan de Haagse Hoge School, heeft tijdens zijn studie en stage ervaring opgedaan met het werken met kinderen met een verstandelijke beperking
Ingrid, Katinka, Minet en Jeroen zijn voornamelijk ingezet op de speelleergroepen en hebben de eerste begeleiding en het inwerken verzorgd van de twee Balinese leerkrachten die tijdens hun verblijf zijn begonnen.
Op 30 juni zijn Emmanuel en Netty weer terug gegaan naar Nederland. Op 28 juli is Katinka weer teruggekeerd en op 14 september Minet.
Jeroen en Ingrid hebben voor nog een half jaar bijgetekend. Dit betekent, dat zij tot volgend jaar maart 2008 hun werkzaamheden op Bali voor de stichting zullen voortzetten. Zij zullen dit deels op de groepen doen, maar zich daarnaast ook bezighouden met o.a. een kunstproject, het moeders voor moeders project en bijdragen leveren aan het teach the teacher programma voor leerkrachten van het speciaal onderwijs.
De tweede groep is inmiddels afgelost door de volgende zes vrijwilligers:
- Het stel Dahlia Djohan en Michel van de Straat zijn op 16 augustus naar Bali vertrokken. Dahlia is van Indonesische afkomst. Zij heeft na haar studie Nederlands in Jakarta de Pabo opleiding in Nederland gedaan met daaropvolgend nog een driejarige vervolgopleiding voor het speciaal onderwijs.Intussen werkte zij al drie jaar als leerkracht op de Rafaelschool voor ZMLK in Utrecht. Zij heeft toestemming gekregen om een half jaar voor onze stichting op Bali te werken.
- Dahlia spreekt vloeiend Indonesisch en heeft veel ervaring met onze doelgroep. Zij heeft de verantwoording voor onderlinge afstemming en eenduidigheid op de inhoud en kwaliteit van het werk op de projecten. Daarnaast zal zij zich bezighouden met kennisoverdracht aan en de ontwikkeling van de Balinese leerkrachten. Zij zal hen hiervoor tweewekelijks lesgeven en zoveel mogelijk vertaalwerk verrichten van methodieken en verslagen. Een dag in de week wil zij zelf heel graag op de groep staan.
- Michel, de echtgenoot van Dahlia, is altijd werkzaam geweest in de toeristenbranche. Op Bali houdt hij zich bezig met de coördinatie, het netwerk, de administratie en als intermediair met het bestuur in Nederland. Gezien zijn hobby zal hij zich ook bezig houden met de visuele rapportage naar Nederland in de vorm van videofilmpjes t.b.v. promotie en informatiemateriaal. Hij heeft daarnaast de verantwoording over de financiën.
- Will Beckx, gepensioneerd en sinds vele jaren werkzaam geweest op wooneenheden voor gehandicapten. Zij is van Indonesische afkomst en spreekt nog steeds de Indonesische taal. Zij werkt op de groep en zal zich ook bezig houden met het Moeders voor Moeders project.
- Inge van Berlo, HBO Pedagogiek en werkzaam als docente op het ROC in Nijmegen, zal zich vooral bezighouden met onderwijs inhoudelijke zaken. Dit is vooral belangrijk voor het geven van workshops op de Speciaal Onderwijs scholen (SLB). Daarnaast zal zij werkzaam zijn in het Moeders voor Moeders project.
- Mila van de Meer, SPW en HBO.MWD en werkzaam bij Mee te Rotterdam als consulent en zorgcoördinator Vroeghulp. Zij zal op de groepen werken en zal daarnaast vanaf 9 december 2007 twee stagiaires begeleiden.
- Marjolein de Jong, SPH, werkervaring met kinderen en veel ervaring als vrijwilliger op diverse projecten, o.a. tien maanden in Zuid-Afrika. Zij zal vanaf 9 december 2007 één stagiaire begeleiden. Marjolein blijft één jaar op Bali voor de stichting werken.
De anderen blijven zes maanden en zullen door groep 4 eind februari worden afgelost:
- Linda Stellingwerf, opleiding voor en ruim 20 jaar ervaring in het Speciaal Onderwijs als ambulant begeleidster en leerkracht. Zij heeft toestemming gekregen voor onbetaald verlof van de A. Laudy school voor ZMLK te Amsterdam, waar zij werkzaam is.
- Het stel Nicole van Montfoort en Jeroen van der Heijden. Nicole heeft HBO pedagogiek gedaan en heeft o.a. ervaring als ambulante spelbegeleidster bij gezinnen thuis en deed vijf maanden stage in Suriname. Jeroen heeft HBO CMV gedaan waarbinnen hij tien maanden stage heeft gelopen in Suriname op o.a. een teach the teacher project.
| Michel:Als ik weer geschreeuw hoor uit de keuken of badkamer weet ik weer hoe laat het is tijd om de kakkerlakken vanger uit Ubud te spelen! Eén keer schrok ik me zelf ook wild, tijdens een nachtelijk plasje keek een spin ter grote van mijn hand me verbaasd aan ik stond verstijfd van angst. |



