Visie & missie
Visie
Onze visie is dat we kinderen met een verstandelijke beperking in Bali willen ondersteunen en begeleiden in hun ontwikkeling en deelname aan de samenleving onder het motto:
Niet minder, maar anders begaafd!
|
|
Kinderen met een verstandelijke beperking hebben hun eigen kwaliteiten en het recht om zichzelf te zijn en zich met deze kwaliteiten zover mogelijk te ontwikkelen.
Ons uitgangspunt en streven is deelname aan de samenleving als gelijkwaardig mens. In sociale zin in de vorm van contact en communicatie, spel en ‘erbij horen’. En waar mogelijk in praktische zin in de vorm van school en (aangepast) werk.
Missie
We doen dit door Nederlandse middelen en deskundigheid te mobiliseren en beschikbaar te stellen aan ouders, begeleiders, leerkrachten en andere geïnteresseerden aldaar. Op zo’n manier dat zij het op termijn zelf kunnen toepassen en overdragen en de kwaliteit van de begeleiding en het onderwijs aan deze kinderen structureel is toegenomen.
Het is niet de bedoeling om de Nederlandse situatie te kopiëren, maar samen te werken met de mensen daar en aan te sluiten bij hun cultuur en manier van werken.
We sluiten vanuit de visie en missie geen kinderen met een verstandelijke beperking uit. Dus ook geen kinderen die een heel laag “niveau” hebben, of lichamelijke beperkingen/aandoeningen naast hun verstandelijke beperking.
Voor de speel-leer-groepen hanteren we een leeftijdsgrens van zeven jaar (vanaf 0 jaar), omdat er daarna voor deze kinderen speciaal onderwijs is. Met uitzondering van kinderen die door hun niveau of ook een lichamelijke beperking niet bij de SLB worden aangenomen.
1. De speel-leer groepen
In de speelleergroepen mét ouders richten het programma en de begeleiding zich erop de ouders te leren met hun kind te spelen en te werken (en bij hen ook kennis op te bouwen over allerlei voor hen relevante zaken).
De Balinese krachten werken hierin samen met de vrijwilligers. Waarin het de bedoeling is dat de Balinese krachten dit straks zonder hulp van vrijwilligers zelfstandig kunnen.
De ouders zijn de doelgroep. Die zijn per slot van rekening verantwoordelijk voor de gehele opvoeding van de kinderen. Soms echter komen ouders niet mee, bijvoorbeeld omdat het voor de kinderen goed is om te leren om zelfstandig te komen. In de speel-leer groepen wordt natuurlijk ook gewerkt en ingespeeld op het niveau van de kinderen en stimuleren we de kinderen in hun ontwikkeling. De werkjes die de ouders individueel met hun kind doen tijdens het werkmoment zijn op het niveau en de doelen van het betreffende kind afgestemd, de Balinese krachten en vrijwilligers ondersteunen hen hierbij.
2. Ondersteunen
Ondersteunen betekent voor ons dat wij hier en de vrijwilligers op Bali, doen wat we kunnen.
Niet meer en niet minder!
Omdat we afhankelijk zijn van de beschikbare tijd en capaciteit van onszelf en onze vrijwilligers. Zowel in hoeveelheid werk dat verzet kan worden, als in bekwaamheid/deskundigheid m.b.t. de werkwijze en aanpak.
Wij streven een steeds hoger niveau na, door wat gedaan en geleerd is vast te leggen en door te geven aan zowel de volgende groep vrijwilligers als aan de vaste Balinese krachten.
En we zijn blij met alles wat geboden en bereikt kan worden!
Dit betekent in de praktijk wat ons betreft ook dat de vrijwilliger bij ieder kind aan de slag kan gaan met wat hij/zij weet en kan, ook al is er een heleboel nog onduidelijk en lijkt het maar weinig.
Misschien wordt er alleen gewerkt aan zintuiglijke prikkeling, misschien alleen aan het laten wennen van het kind in de nieuwe omgeving, misschien is het enige wat zichtbaar is, het contact wat de ouders met andere ouders (lotgenoten) hebben.
Het is iets en de rest komt later.
De rest (ideeën, kennis, ingangen), kan komen door op onderzoek uit te gaan. Bij het kind, de ouders, de collega’s, in de boeken en bij de achterban (in Nederland kan gezocht worden naar specifieke informatie of er kan een casus worden gestuurd naar anderen die wellicht ideeën of tips hebben).
Er is dus geen meetlat vooraf van wat we moeten bieden of welke specifieke expertise er moet zijn om met ouders en hun kind te beginnen. Vooral niet omdat de ouder bij de speel-leer-groepen aanwezig is.
3. Ontwikkeling
Ontwikkeling kun je zien als het toenemen van vaardigheden op alle ontwikkelingsgebieden (sociaal, cognitief en motorisch).
Wij zien ontwikkeling breder: bijvoorbeeld toenemend reageren op prikkels, het toenemen van plezier en welzijn, het toenemen van contact met de ouders of toenemende acceptatie van het kind door de ouders, familie en omgeving.
Ieder kind is dus leerbaar op zijn eigen niveau en zo gezien kan ieder kind zich ontwikkelen, zolang de ouders en familieleden het kind blijven benaderen en stimuleren.
4. Deelname aan de samenleving
We herhalen hier nog de toelichting op onze visie:
Kinderen met een verstandelijke beperking hebben hun eigen kwaliteiten en het recht om zichzelf te zijn en zich met deze kwaliteiten zover mogelijk te ontwikkelen.
Ons uitgangspunt en streven is deelname aan de samenleving als gelijkwaardig mens. In sociale zin in de vorm van contact en communicatie, spel en ‘erbij horen’. En waar mogelijk in praktische zin in de vorm van school en (aangepast) werk.
Bovenstaande is waarom wij het zo belangrijk vinden om ouders, familieleden en omgeving van het kind te betrekken bij het ondersteunen van het kind en waarom we geen 24-uurs opvang opzetten onder begeleiding van professionals. Wij denken dat het leven zin krijgt in de ontmoeting met medemensen. Het gaat er o.a. om te kennen en gekend te worden en liefde te geven en te ontvangen.
Vanuit de speel-leer groepen kan gekeken worden in hoeverre het kind kan doorstromen naar het speciaal onderwijs of het regulier onderwijs.
Balinese krachten en vrijwilligers kunnen hier optreden als tussenpersoon om de ouders te helpen hun kind geplaatst te krijgen.
5. Middelen en deskundigheid mobiliseren en beschikbaar stellen aan ouders, begeleiders, leerkrachten en andere geïnteresseerden
Het belangrijkste punt hier is om volhardend en gestaag, met wat iedere nieuwe vrijwilliger aan kennis en kunde meebrengt, te bouwen aan het beschikbaar stellen van deze deskundigheid.
Dit bouwen doen we ten eerste grotendeels on the job, in het laten zien aan en samenwerken met de ouders en Balinese leerkrachten. Zodat zij door te ervaren deskundig worden. Dat dit werkt hebben vele ouders in Nederland ondervonden die met hun kindje bij de fysiotherapeut, de logopedist, de vroeghulp, de speel-leer groep en het speciaal onderwijs kwamen en daar ‘de kunst’ afkeken.
Verder bouwen we door het teach-the-teacher programma vorm te geven; door het vastleggen en vertalen, overbrengen en delen van kennis, programmaonderdelen, methodieken en materialen die in de groepen voor (jonge) kinderen worden gebruikt.
Op zo’n manier dat latere generaties er op terug kunnen vallen. Dit gaat niet van de ene op de andere dag, maar stap voor stap. Het ‘kenniscentrum’ groeit naarmate er vanuit de praktijk meer uitgevoerd is. Belangrijk is om dit vanaf een zo vroeg mogelijk stadium gestructureerd te doen en hier steeds meer overzicht in aan te brengen.
6. Op termijn zelf toepassen en overdragen
Hoe snel bovenstaande ontwikkeling zal verlopen is onbekend.
We streven ernaar ons op de betreffende locaties min of meer te kunnen terugtrekken binnen een termijn van vijf jaar.
Dit betekent niet alleen dat de Balinese leerkrachten het werk zelf moeten kunnen toepassen, het betekent ook dat zij het weer moeten kunnen overdragen aan anderen.
7. Structureel
Wanneer de tijd rijp is, zullen we in samenwerking met de Balinese krachten en de Balinese stichting “Yayasan Bidadari (= engel) Bali”, de overheid gaan benaderen om te bewerkstelligen dat zij het werk en de opleiding van Balinese begeleiders en leerkrachten gaan ondersteunen, formaliseren en financieren. Pas dan kan werkelijk sprake zijn van een structurele verbetering van de begeleiding en het onderwijs aan kinderen met een verstandelijke beperking.
We staan nog aan het begin, maar het is wel degelijk onze lange termijn focus die ons vanaf dit begin richting geeft bij het inrichten en vormgeven van onze projecten.
Intussen is er al wel een geweldige ontwikkeling op gang gekomen van steun vanuit de Balinese ondernemers. Er zijn drie restaurantketens die onze projecten geadopteerd hebben en gelegenheid bieden om zowel toeristen als lokale gasten en contacten voor te lichten over onze activiteiten en daarbij geld in te zamelen. Een zilverwerk keten heeft een toezegging gedaan om ons te sponsoren. En er is contact met zowel de Rotary uit het Noorden als uit Ubud. En verder groeien de inkomsten uit donaties van bezoekers op de projecten naarmate wij meer bekendheid krijgen.
8. Aansluiten bij de Balinese cultuur en manier van werken
Hoe we dit het beste kunnen doen, valt alleen maar te leren en te ondervinden in de praktijk. Wat kan wel en niet? Waar ligt een grens? Wanneer loopt bijvoorbeeld onze manier van werken op de groepen teveel uiteen met het gangbare Indonesische onderwijs? Wat zijn de gevolgen van zo’n prachtig ingericht, kleurrijk lokaal? Wanneer haken ouders af? Wanneer voelen ze zich goed bij iets wat nieuw en anders is? Wanneer gaan ze erin geloven?
We kunnen alleen maar in contact blijven, veel toetsen bij en evalueren met onze Balinese krachten, de onvermijdelijke fouten herkennen, herstellen en weer verder gaan.
Ook hier kunnen we leren van mensen die hierin verder zijn dan wij en het geleerde weer overdragen aan nieuwe vrijwilligers, in protocollen en dergelijke. En onze visie of ambities bijstellen als dit nodig is.

